Hanns Rauter   De onbedoelde aanslag op Rauter

De onbedoelde aanslag op Rauter en de executies bij Woeste Hoeve

Op de avond van 6 maart 1945 werd Hanns Rauter bij Woeste Hoeve (herberg aan de weg tussen Apeldoorn en Arnhem) samen met zijn chauffeur en Oberleutnant Exner het slachtoffer van een aanslag, een onbedoelde aanslag.

Een locale verzetsgroep met de naam G.G. groep had besloten een poging te wagen om in het bezit te komen van een Duitse vrachtauto. Dit vervoersmiddel zou zeer van pas komen bij de uitvoering van andere verzetsactiviteiten. Op de bewuste avond hadden zes verzetslieden (twee van hen waren gedeserteerde SS'ers), gehuld in SS uniformen en één in een marechaussee uniform, zich geposteerd langs de weg bij herberg Woeste Hoeve. Bewapend met Stenguns lagen de mannen te wachten op een voorbij komende Duitse vrachtauto.

Op een zeker moment dachten de mannen afgaande op het geluid, dat er een vrachtauto naderde. Toen zij de auto aanhielden, bleek echter dat het ging om een BMW cabriolet. Wat de verzetslieden niet wisten was het feit dat deze auto de gehate Höhere SS- und Polizeiführer Rauter vervoerde. Beide partijen voelden nattigheid en beseften dat er snel gehandeld moest worden. Rauter die op de hoogte was van het feit dat er alleen maar auto's mochten worden aangehouden binnen de bebouwde kom, pakte meteen zijn machinepistool. In het daaropvolgende vuurgevecht waarin de auto werd doorzeefd met zeventig kogels werden Exner en Rauters chauffeur gedood. Rauter zelf raakte zwaargewond, hij werd in zijn kaak, rechterhand, dijbeen en longen getroffen.

De verzetslieden, allen ongedeerd, bekeken tweemaal de auto en toen zij ervan overtuigd waren dat alle inzittenden dood waren, vertrokken zij geen idee hebbende wie zij te grazen hadden genomen. Rauter was echter nog in leven. Hij had zich, toen de verzetsstrijders de auto en de inzittenden bekeken, doodstil gehouden en daarmee waarschijnlijk zijn leven gered. Circa vijf uren later ontdekte een patrouille de doorzeefde BMW. Rauter werd naar een ziekenhuis in Apeldoorn gebracht en zou de rest van de oorlog slijten in diverse medische instellingen.

De vergissing van de verzetsstrijders had grote gevolgen. De Duitse autoriteiten verkeerden in de veronderstelling dat de aanslag op Rauter gepland was. Er volgden repressailles.

Op 8 maart 1945, twee dagen na de 'aanslag' op Rauter, werden 117 gevangenen (slechts deels ter dood veroordeelden) naar Woeste Hoeve getransporteerd. In groepen van twintig tot vijfentwintig man werden zij door een vuurpeloton, bestaande uit vijftig manschappen van de 'Grüne Polizei', op laffe wijze doodgeschoten. Op de 117 lijken werd vervolgens een bordje geplaatst met het opschrift: 'Zo doen wij met terroristen' en voorbijgangers werden gedwongen om er langs te lopen. In de middag werden de lijken opgehaald met vrachtwagens en begraven in een massagraf op de begraafplaats Heidehof in Apeldoorn. Na de oorlog werden zij herbegraven. Twee van hen zijn nooit geïdentificeerd.

De bekendmaking van de executies
Naast dit verschrikkelijke bloedbad werden er op dezelfde dag in Amsterdam 53, in Utrecht 6, in Den Haag 38, en in Amersfoort nog eens 49 andere gevangenen vermoord. In totaal schoten de Duitsers als wraak voor de 'aanslag' dus 263 gevangenen dood. Hiermee ging de tragedie de geschiedenis in als de grootste massa-executie in Nederland gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) W. Beens, Luitenant Bram Du Bois en het drama bij "De Woeste Hoeve"; De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.