De Nederlandse Ambulance

Benamingen:

SS-Feldlazarett Freiwilligen Legion "Niederlande" vanaf 12-03-1943
SS-Lazarett Niederländische Ambulanz vanaf 08-02-1944
Feldpostnummer 47331

In een circulaire van Hans Jüttner, chef van het SS-Führungs-Hauptamt, werd in 1941 melding gemaakt van de oprichting van de Nederlandse Ambulance:

Berlin-Wilmersdorf, den 31.10.41

1.) Für den Kommandostab RFSS wird ein verstärktes Feldlazarett aufgestellt. Diese Einheit rekrutiert sich wie die 'Legion Niederlande' aus Holländern und trägt auch gleiche Abzeichen wie die Legion.
2.) Tag der Aufstellung: 1.11.41.
3.) Aufstellungsort: Oranienburg, SS-Kaserne
8.) Sanitätsausrüstung und Sanitätsgerät wird - soweit nicht durch freiwillige Spenden der Holländer bereitgestellt - auf Anweisung des SS-Sanitätsamtes durch das SS-Hauptsanitätslager zugewiesen.

(VERTALING)

Berlijn-Wilmersdorf, 31-10-1941

1.) Voor de kommandostaf RFSS wordt een versterkt veldhospitaal opgericht. Voor deze eenheid worden net als bij het Vrijwilligerslegioen Nederland, Nederlanders gerekruteerd. Zij dragen dezelfde kentekens als het Vrijwilligerslegioen.
2.) Datum van oprichting: 1-11-1941
3.) Plaats van oprichting: Oranienburg, SS-Kazerne
8.) Verplegingsuitrusting en medisch materieel worden - voor zover niet vrijwillig ter beschikking gesteld door de Nederlanders - in opdracht van het SS-Sanitätsamt door het SS-Hauptsanitätslager toegekend.

Oprichting
Eind juni, begin juli 1941 gingen er in Nederland stemmen op om een Nederlandse medische eenheid naar het Oostfront te sturen. Deze roep kwam niet uit het niets: in de Boerenoorlog (1899), de Balkanoorlog (1912) en in de Eerste Wereldoorlog (1915) was het Rode Kruis erin geslaagd om vanuit Nederland medische hulp te bieden. Deze onderneming werd opnieuw uitgevoerd tijdens de Italiaanse annexatie-oorlog in Abessinië (1935-1936) en begin 1940 was er nog een ambulance eenheid van het Nederlandse Rode Kruis naar Finland gestuurd waar het Rode Leger was binnengevallen. Overigens kwam deze eenheid daar te laat aan omdat er inmiddels een staakt-het-vuren was afgekondigd. De inzet bleef dan ook beperkt tot het verzorgen van gewonde Finse soldaten. Van Finse kant werd het werk desalniettemin zeer gewaardeerd: de artsen werden onderscheiden met het Finse Vrijheidskruis en de verpleegsters ontvingen de Finse Dapperheidsmedaille.

Actie t.b.v. de Nederlandse Ambulance
Toen de Sovjetunie op 22 juni 1941 in oorlog raakte met Duitsland waren er in Nederland opnieuw mensen die een ambulance wilden sturen. Op 10 juli 1941 verscheen in het pro-fascistische blad 'De Waag' een artikel van de Haarlemse oogarts Dr. Jakob Sierts Galjart die voorstelde om met het Nederlandse Rode Kruis hulp te gaan bieden d.m.v. het sturen van één of meerdere neutrale ambulances naar het Oostfront. In de wekelijkse vergadering van het bestuur van het Nederlandse Rode Kruis werd het voorstel echter verworpen. Mogelijk had e.e.a. te maken met de achtergrond van Galjart. Deze Haarlemmer was een prominent NSB'er en één van de persoonlijke adviseurs van NSB-Leider Anton Mussert. Toch waren er nog mensen binnen het Rode Kruis die de oproep wel steunden. Zij probeerden het voorstel dan ook opnieuw op de agenda te krijgen. Hierdoor bleef het onderwerp actueel en het duurde dan ook niet lang voordat er reacties 'van buiten' kwamen.

Het Nederlandse Rode Kruis ontving een brief van generaal Seyffardt waarin deze wilde weten of het Rode Kruis bereid was om materiële en medische steun te geven aan de oprichting van een medische eenheid van het Freiwilligen Legion "Niederlande". Het Rode Kruis, inclusief de personen die een neutrale ambulance wilden sturen, antwoordde afwijzend op Seyffardts vraag. De neutraliteit van een eventueel te sturen ambulance stond voorop en die zou, als Seyffardt zijn zin kreeg, in één klap van tafel worden geveegd. Seyffardt reageerde teleurgesteld en wendde zich vermoedelijk tot de Duitse bezettingsautoriteiten. Op 25 juli 1941 werd namelijk het Rode Kruis geconfronteerd met een boze brief van Reichskommissar Seyss-Inquart. Deze eiste dat het Rode Kruis meewerkte aan de oprichting van een ambulance voor het Freiwilligen Legion "Niederlande". Het bestuur besloot daarop het verzet te staken en in te stemmen met het voorstel van Seyffardt. In oktober/november 1941 werd dan ook officieel de Nederlandse Ambulance opgericht. Het doel was om: "de nood te lenigen van militairen en burgers, die slachtoffer zijn geworden van de krijgshandelingen in Oost-Europa". De oprichting werd gecoördineerd vanuit het hoofdkwartier Freiwilligen Legion "Niederlande" aan de Koninginnegracht te Den Haag. Om de benodigde financiële middelen te verkrijgen, werd het gironummer 8 7 6 0 0 geopend. Meteen kwamen er talloze giften binnen: van particulieren maar ook van organisaties en instellingen. De president van de Nederlandsche Bank, M.M. Rost van Tonningen, maakte namens zijn werkgever f. 25.000,= over.

Nederlandse chirurgen van de Ambulance aan het werk. foto: Bundesarchiv Koblenz
De medewerking van het Rode Kruis bestond ten eerste uit het afstaan van een grote hoeveelheid Franse medische voorraden. Deze waren door de Franse troepen in mei 1940 in ons land achtergelaten en vervolgens door de Duitsers aan het Rode Kruis toebedeeld. Ten tweede moest het Rode Kruis een hoeveelheid medicamenten ter waarde van 25.000 gulden afstaan en een ambulancewagen ter beschikking stellen. Met deze goederen kon al snel een begin gemaakt worden, nu moest er nog personeel aangetrokken worden.

Werving en samenstelling
Aanvankelijk was het de bedoeling om nabij het front een Nederlands basishospitaal op te richten. Echter op aandringen van de Duitse militaire autoriteiten werd besloten om een gemotoriseerd veldlazaret op te richten dat verbonden zou worden aan het Freiwilligen Legion "Niederlande". Feitelijk stond de Ambulance nu onder commando van de Waffen-SS. Door de inmenging van de NSB en de Duitse autoriteiten was er al heel vroeg geen sprake meer van enige vorm van neutraliteit, nu was deze helemaal verdwenen. Het vertrek naar het Oostfront liep door deze wijziging een forse vertraging op omdat de afdelingen moesten worden uitgebreid en er meer personeel nodig was.

In november 1941 waren de voorbereidende werkzaamheden zover gevorderd dat de werving van start kon gaan. Het Medisch Front van de NSB zorgde voor de aanmelding van artsen. De diverse oproepen in de media en op affiches leverden eind 1941 al een groot aantal vrijwilligers op. Na de aanmelding en een strenge keuring gingen zij naar Den Haag waar zij een korte training ondergingen in de duinen. De mannen leerden marcheren en oefenden met draagbaren in het duinlandschap. Het leren van de methodes om gewonden op het slagveld te evacueren stond bovenaan het lesprogramma. In deze periode gingen de vrijwilligers gekleed in de blauwe Duitse 'Sanitäter' uniformen. Op de kraagspiegel droeg men de Wolfsangel en onderaan de mouw pronkte een armband van het Freiwilligen Legion "Niederlande". Later in de oorlog kwam het overigens ook voor dat de mannen in oude Wehrmachtskledij werden gehezen en hun eerste opleiding in Sennheim in de Elzas kregen.

Na de strenge keuringen bleven er zo'n 160 mannen over die van november 1941 tot en met maart 1942 een opleiding in Oranienburg boven Berlijn kregen. De Ambulance zou worden ingedeeld bij een gevechtseenheid, dus de kennismaking met de basisbeginselen van het militaire beroep was onontbeerlijk. De militaire basisopleiding en de speciaal geneeskundige opleiding vonden plaats in Nederland onder leiding van Duitse officieren en onderofficieren. In februari 1942 vertrok de eerste groep voor de vervolgopleiding naar Duitsland. Onder leiding van opnieuw Duits personeel kregen de manschappen, waaronder ook Gejus van der Meulen (de voormalige doelman van het Nederlands voetbalelftal), een specialistische training en zij leerden omgaan met de uitrusting. Na deze opleiding werden de Nederlanders ondergebracht in het stadje Grannsee waar vermoedelijk weer een vervolgopleiding werd gevolgd.

Vanaf 16-08-1941 werd de Ambulance geleid door de eerdergenoemde Nederlandse arts dr. Jakob Sierts Galjart. Per 24-11-1941 werd hij officieel in militaire dienst aangesteld en bevorderd tot Legion-Sturmbannführer. Galjart was van het begin één van de drijvende krachten. Toen echter in maart 1942 duidelijk werd dat éénieder de eed van trouw aan Adolf Hitler diende af te leggen, trok Galjart zich terug. De aanvankelijke initiatiefnemer werd uiteindelijk begin januari 1943 op eigen verzoek uit de Waffen-SS ontslagen. Zijn taken binnen de Nederlandse Ambulance werden al eerder overgenomen door de Duitse SS-Obersturmbannführer dr. Hans Schlosser. Op 10 -03-1942 vond de beëdiging van de Ambulance plaats op het Binnenhof in Den Haag.

Naar het front
In april of begin mei 1942 reisde alvast een 'Vorkommando' van de Ambulance naar het oostfront. Dit contingent bestond uit kwartiermakers die belast waren met de voorbereiding van de komst van de Ambulance. Eind mei 1942 vetrok de gehele Nederlandse Ambulance (160 man) gekleed in de militaire uniformen van het Freiwilligen Legion "Niederlande" per trein naar het Oostfront. De Ambulance was bewapend met lichte infanteriewapens ter verdediging tegen 'kwaadwillige elementen'. De praktijk aan het Oostfront was nu eenmaal dat zelfs medisch personeel en ambulances onder vuur genomen werden. Het overige materieel van de Ambulance bestond voor een deel uit Duitse oorlogsbuit. Zo beschikten de Nederlanders over een aantal ambulancewagens die door de Britten bij hun terugtocht naar Duinkerken in 1940 in België waren achtergelaten. In totaal bestond de Ambulance uit een autotrein van 29 motorrijtuigen, waaronder vijf ambulancewagens, twee autobussen en vijf motoren. De Ambulance was opgebouwd uit een kleine administratieve staf en drie grotere eenheden, elk onder leiding van een Chef-arts. Twee van deze eenheden bechikten over een of meerdere chirurgen en internisten, terwijl bovendien aan de ene een oogarts en aan de andere een keel-neus- en oorarts verbonden was. De derde eenheid was de grootste en richtte zich op alles wat met hygiëne te maken had. Deze eenheid beschikte over een zestal artsen waaronder ook een bacterioloog en een malarialoog. Verder dienden er in de Ambulance een tweetal tandartsen en nog een aantal 'allround' artsen. In de zomer van 1942 bestond de Ambulance ongeveer uit 240 mannen en vrouwen: medisch vakpersoneel maar ook ziekendragers, chauffeurs, kleermakers, kappers, koks, schoenmakers, enz. De Ambulance werd in juni 1942 nog versterkt met twintig gediplomeerde verpleegsters uit Nederland en in september arriveerden er nog eens tien. Hiervan maakte ook de NSB-krant 'Volk en Vaderland' melding:

Volk en Vaderland van 05-06-1942.

Kameraadskes naar het Oostfront

Telegram van de Leider

Vrijdagavond zijn twintig verpleegsters naar het Oostfront vertrokken, waar zij binnen het kader van de Nederlandse Ambulance in de lazaretten werkzaam zullen zijn.
Op het Haagse Staatsspoorstation waren de Kommandant van het Vrijwilligerslegioen "Nederland", luitenant-generaal Seyffardt en Dr. J.S. Galjart als leider van de Nederlandse Ambulance bij het afscheid aanwezig.
De Leider was zijn dapppere kameraadskes niet vergeten en zond hun bij het vertrek een telegram van de volgende inhoud :
"Leider en Beweging wensen alle zusters bij het aanvaarden van haar moeilijke en opofferende taak in het Oosten veel succes".

Houzee! Mussert.

Vertrek van de Ambulance
Via Warschau, Lemberg en Fastov kwam de Nederlandse Ambulance op 13-06-1942 op het station van Kiëv aan. De Nederlanders losten de trein in de stromende regen en bouwden hun medische post aan de weg naar Shitomir in een vrouwenkliniek. Aldaar begon het zware werk.

Verspreiding
Tijdens de periode aan het Oostfront was er een constante doorloop in het personeelsbestand. Het gebeurde in de loop der tijd regelmatig dat er medisch personeel werd overgeplaatst naar andere SS-eenheden. Zo werden er twee chirurgen overgeplaatst naar de SS-Kavallerie Division die partizanen bestreed in de Pripjet-moerassen. Verder werden er regelmatig mensen toegevoegd aan Sanitätstruppen van het Freiwilligen Legion "Niederlande" zelf. Aan het front werden logischerwijs veelal de eigen militairen verpleegd. Het kwam echter ook een enkele keer voor dat er Sovjet-Russische burgers werden behandeld.

In het najaar van 1943 leek het er op dat Kiëv zou gaan vallen. De Nederlandse eenheid werd daarom verplaatst naar Cholm. Het volgende jaar werd echter ook deze stad bedreigd door het Rode Leger waardoor men gedwongen was opnieuw te verkassen. De volgende en tevens laatste post van de Nederlandse Ambulance als aparte eenheid werd in Krakau opgezet. Hierna werd het personeel verspreid over diverse SS-eenheden. Een groot gedeelte kwam terecht bij de 23.SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier-Division "Nederland".

Leden van de Nederlandse Ambulance vermaken zich met muziek terwijl er gewacht wordt op vertrek. (foto: NVM)
De Nederlanders hadden ondanks de vele tegenslagen goed werk geleverd. De effectiviteit van de Nederlandse Ambulance werd echter ernstig verstoord door de almaar groter wordende chaos aan het Oostfront. Om te beginnen werd het personeel in toenemende mate verspreid over verschillende Duitse eenheden. Daarnaast werden materieel en voorraden door andere eenheden geconfisqueerd waardoor de Ambulance in moeilijkheden kwam. Om gaten in de linie op te vullen, werden leden van de Ambulance (met name in het laatste oorlogsjaar) soms gedwongen om als Panzergrenadier (infanterist) dienst te doen. Al met al was er medio 1944 weinig over van de eenheid. In augustus 1944 werd het SS-Lazarett "Niederländische Ambulanz" dan ook in zijn geheel verspreid over Duitse onderdelen.

Vrouwen in de Nederlandse Ambulance
Uit het voorgaande blijkt dat er relatief veel vrouwen in de Nederlandse Ambulance dienden. Deze waren meestal als verpleegster in het Duitse Rode Kruis (DRK) opgeleid. Het DRK en de Nederlandse Ambulance waren niet hetzelfde. De Nederlandse Ambulance was uiteindelijk een door de SS geannexeerde medische eenheid (in kledij van het Freiwilligen Legion "Niederlande" en bewapend!) die ondermeer het veldhospitaal (Kriegslazarett) van Freiwilligen Legion "Niederlande" beheerde. De Ambulance diende bovendien vlak achter of aan het front terwijl het DRK overwegend in burgerziekenhuizen of in lazaretten ver achter het front opereerde. Aanvankelijk was er voor vrouwen geen plaats in de Nederlandse Ambulance. De gevaarlijke omstandigheden aan het Oostfront zouden de inzet van vrouwen onmogelijk maken. De praktijk bleek al snel geheel anders. Tijdens de eerste inzet nabij Kiëv in juni 1942 dienden er reeds twintig Nederlandse verpleegsters bij de Ambulance.

De keuring van de vrijwilligers voor het DRK in Nederland vond plaats bij het SS-Ersatzkommando Niederlande te Amsterdam. Daarna kreeg men een korte vooropleiding in het leggen van verbanden, het verlenen van eerste hulp enz. Vervolgens ging men naar een school voor germaanse vrijwilligers bij het DRK. De vrouwen gingen overwegend naar Hanenklee im Harz voor de opleiding. Na de aflegging van dit traject dienden de vrijwilligers nog enkele maanden praktijk lessen te volgen in diverse ziekenhuizen. Bij het DRK dienden meer dan 1.000 Nederlandse vrouwen. Door omstandigheden moesten zijn hun werkzaamheden soms toch nabij de frontlinie zelf verrichten. Velen ontvingen voor hun inzet en soms moedige gedrag het Kriegsverdienstkreuz of zelfs het IJzeren Kruis der Tweede Klasse. Over het algemeen waren het weinig verrassende motieven die ten grondslag hadden gelegen aan de dienstneming. Velen waren lid van de NSB of hadden omgang met Duitse militairen.

1943, Nederlandse DRK zusters (Schwester-Helferinnen).(foto: NVM)

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) N.K.C.A. in 't Veld, De SS en Nederland; L. de Jong, Het koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog; J. Vincx en V. Schotanius, Nederlandse vrijwilligers in Europese krijgsdienst dl.2, dl.3.;Het Vaderland; SS-Personalakte Jakob Sierts Galjart.



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.