Algemeen   Oprichting SS Brigade 'Nederland'   Krijgsgeschiedenis

De oprichting van de 4.SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Brigade "Nederland"

Germaanse legioenen voldoen niet meer
In 1943 vond er een belangrijke verandering plaats in de Duitse militaire strategie ten aanzien van de inzet van de Europese vrijwilligers. De vier Germaanse Legionen: Legion “Niederlande”, Freikorps “Danmark”, Legion “Norge” en Legion “Flandern” waren om tactische redenen niet meer geschikt voor deelname aan de strijd in Rusland. De formaties waren van zichzelf te klein en bovendien ernstig aangeslagen en daardoor te kwetsbaar nu het Rode Leger volop in het offen¬sief was getreden.

Naast deze zuivere militaire motieven was het vanuit politiek oogpunt ook wenselijk om een einde te maken aan de Germanische Legionen. Deze pseudo-nationale eenheden waren opgericht om in de betreffende germaanse landen een beweging op gang te krijgen die uiteindelijk een brede steun voor Duitsland en de SS in het bijzonder tot stand moest brengen. De Legionen, die feitelijk niet een Waffen-SS status hadden, waren in de loop der tijd echter uitgegroeid tot serieuze concurrenten voor de germaanse “Wiking” Division, uitgerekend de eenheid waarvoor de SS graag zoveel mogelijk geschikte germaanse vrijwilligers wilde aanwerven. De oorzaak voor het ontstaan van deze ontwikkeling was eenvoudig aan te wijzen. De diverse Europese nationaal-socialistische partijen en bewegingen hadden de nationale Legionen omarmd als ware het hun eigen eenheden. De Europese vrijwilligers in het germaanse troetelkindje van de SS, de Division “Wiking” kwamen in hun eigen land tot grote onvrede van Himmler en Berger op een tweede plan te staan. In Nederland zag dit beeld er niet anders uit. De NSB en de Dietse beweging van Mussert in het bijzonder, gaven het Legion “Niederlande” de voorkeur boven het germaanse SS-Infanterie-Regiment “Westland” van de SS-Division “Wiking”. Het was dan ook weinig verrassend dat hun aanhangers, over het algemeen genomen, hetzelfde deden. In plaats van dat de nadruk kwam te liggen om de doorstroom van vrijwilligers uit de Germaansche SS naar de Waffen-SS, ging dit juist ten koste van de werving voor de “Wiking” Division.

Steiner steunde het idee van de Reichsführer. Hij deed over deze ongewenste ontwikkeling nog eens zijn beklag bij Gottlob Berger. Felix Steiner, oud-commandant van de "Wiking" en nu commandant van het III.SS-Panzerkorps, wilde de ontwikkeling een halt toe roepen door de Legionen te laten opgaan in één germaanse formatie. Dit pleidooi vond gehoor bij Dr. Franz Riedweg, Stabsführer van de Germanische Leitstelle. Riedweg was een groot voorstander van het germaanse concept achter de “Wiking” Division en speelde zelfs met gedachten aan de opbouw van een Pan-Europees SS-leger. Zowel Riedweg als Steiner maakten Berger deelgenoot van hun wensen. Berger stelde op zijn beurt aan Heinrich Himmler voor om een Germaans SS-Korps op te richten, de Legionen op te heffen en zo de eenheid tussen de Germaansche SS in de europese landen en de germaanse fronttroepen weer te verzekeren. Himmler was voorstander van het plan en zat op dezelfde lijn als Riedweg. De Reichsführer ging zo mogelijk nog verder en stelde zich voor dat het Korps in de germaanse landen een klimaat zou scheppen waarbinnen het in de toekomst mogelijk zou zijn om op wettelijke basis een dienstplicht in te voeren.

Het eerste concept
Op 22 september 1942 werd door Himmler het eerste voorstel gedaan om de germanische Legionen te laten opgaan in grotere formaties en wel van de Waffen-SS. Hij lanceerde een plan om twee SS-Brigaden, één Reichsdeutsche en één germaanse, bestaande uit de germanische Legionen, te mengen. Himmler wilde het Legion “Flandern” en het Freikorps “Danmark” bij de ene onderbrengen en het Legion “Niederlande” en het Legion “Norge” bij de ander. Mogelijk meende de Reichsführer-SS dat de combinatie van Nederlanders en Vlamingen in één eenheid slechts het door hem verfoeide Groot-Nederlandse gedachtengoed ten goede zou komen. Uiteindelijk wordt er aan dit idee geen gevolg gegeven, wat daarvoor de reden is geweest, is vooralsnog onbekend.

Het tweede concept
Himmler bleef echter wel nadenken over een oplossing voor het Europese vrijwilligersvraagstuk. Op 13 december 1942 (mogelijk al op 6 december 1942) werd door Himmler voorgesteld om de Waffen-SS uit te breiden met een nieuwe germaanse SS-Division: de “Waräger” . Deze zou moeten worden opgebouwd uit de kernen van de germanische Legionen aangevuld met nieuwe germaanse recruten, Reichsdeutschen uit de Waffen-SS én manschappen uit de aanvullingseenheden voor de Luftwaffe-Feld-Divisionen. De Division “Waräger” zou naast de reguliere Divisons-eenheden, moeten gaan bestaan uit een tweetal Infanterie-Regimenter en één zogenaamd licht Voraus-Regiment:

SS-Grenadier-Regiment “Nederland”
SS-Grenadier-Regiment “Norge”
Voraus-Regiment “Danmark”

De overige eenheden: Panzerwaffe, Artillerie, Pioniere enz. dienden te worden opgebouwd met het deel van het eerder vermelde Luftwaffe personeel dat geschikt was voor dienstneming in de Waffen-SS. Samen met de “Wiking” zou de “Waräger” als een germanisches Korps moeten worden ingezet. Himmler voorzag Felix Steiner, op dat moment nog Kommandeur van de SS-Panzer-Grenadier-Division “Wiking”, als de toekomstige Kommandeur van dit Korps. De geschikte Nederlandse, Noorse en Deense manschappen die reeds anderhalf tot twee jaren in de “Wiking” dienden, zouden de kern moeten vormen van het toekomstige onderofficierencorps van de Regimenter “Nederland” en “Norge”. Hiermee zou de kwaliteit van deze Regimenter onmiddellijk sterk verbeterd worden. De Reichsführer-SS zag in dit plan echter nog twee grote voordelen. Ten eerste zouden alle Europese vrijwilligers op één plaats in één formatie worden ondergebracht en niet zoals voorheen in drie verschillende formaties, namelijk de “Wiking”, de 1.SS-Brigade en de 2.SS-Brigade. Ten tweede zouden de problemen van het politiek claimen door de Europese nationaal-socialistische partijen en bewegingen van de betreffende nationale Legionen, in één keer van tafel zijn.

We mogen aannemen dat Hitler enthousiast was over deze plannen aangezien hij Himmler verzocht e.e.a. met cijfers te onderbouwen. De Reichsführer-SS speelde het verzoek door aan Gottlob Berger en Hans Jüttner en op 10 februari 1943 werden de cijfers gepresenteerd. De cijfers die Himmler noteerde, weken behoorlijk af van de opgave die door Berger en Jüttner gedaan was, maar aan de hand van beide kon worden geconcludeerd dat er voldoende manschappen waren voor het formeren van de “Waräger”. Hitler gaf zijn accoord maar bepaalde, op of rond 10 februari 1943, dat de naam vervangen diende te worden door “Nordland”. De benaming “Waräger” zou nog te weinig in gebruik zijn.

In maart 1943 werd definitief besloten om de Legionen, m.u.v. “Flandern” en het Regiment “Nord¬land” van de SS-Panzer-Grenadier-Division “Wiking”, te hergroeperen in een grotere formatie, een germaans SS-Korps.

Derde concept
De eerder genoemde Legionen zouden tezamen met oude Regiment “Nordland” de manschappen voor de nieuwe Division “Nordland” leveren die qua indeling een kopie moest zijn van de “Wiking”. Dit betekende dat de eenheid ondermeer uit twee Panzer-Grenadier-Regimenter en een licht Regiment zou bestaan. Himmler had daarvoor de volgende benamingen in gedachten:

1.SS-Panzer-Grenadier-Regiment “Danmark”
2.SS-Panzer-Grenadier-Regiment “Nederland”
3.Voraus-Regiment Norge ??? bestaande uit een Aufklärungs-Abteilung en een Infanterie Bataillon.

Opmerkelijk is dat nu voor de Denen een volledig Regiment was voorzien. In zijn eerste voorstel had Himmler de oprichting van een volwaardig Regiment “Norge” vermeld. Het Freikorps “Danmark” zou de basis vormen voor het Regiment “Danmark”.

Het Regiment “Nederland” zou gevormd moeten worden uit het op te heffen Legion “Niederlande” (circa 1.500 man ) en worden aangevuld met nieuwe Nederlandse én Duitse recruten. Himmler uitte in een notitie op 3 maart 1943 de wens om twee Nederlandse Bataillonskommandeure of tenminste een aantal Nederlandse Kompanie-Chefs aan te stellen. Opmerkelijk is verder dat Himmler uitdrukkelijk verbood om Vlamingen in het Regiment “Nederland” op te nemen. Ook hier zien we dus dat Himmler kennelijk een gevaar zag in een mix van Nederlanders en Vlamingen in één eenheid. In de eerder genoemde notitie speelde Himmler tevens met de gedachte om het Legion “Wallonien” als Korps-Truppen aan het Korps toe te voegen.

Oppositie vanuit Nederland
Het Legion “Niederlande” diende zoals vermeld de kern te gaan vormen voor het nieuwe SS-Panzer-Grenadier-Regiment “Nederland”. De voormalige legionairs zouden overgaan naar de Waffen-SS. Dit zorgde echter niet voor problemen. De vrijwil¬ligers waren al lang gewend aan de Waffen-SS aangezien zij in het Legion, welis¬waar in mindere mate, al ervaring hadden met het gegeven dat zij voor de Waffen-SS vochten.

Op 8 maart 1943 reageerde Rauter op Himmlers plannen m.b.t. de oprichting van de “Waräger” Division. Rauter deelde mede dat Reichskommissar Seyss-Inquart NSB-Leider Mussert in het geheel nog niet op de hoogte had gesteld van het besluit dat het einde zou betekenen van Legion “Niederlande”. Mussert stond juist op het punt om 500 WA-mannen aan het Legion en de Waffen-SS ter beschikking te stellen en men vreesde dat hij na het horen van het nieuws zijn voornemen zou heroverwegen. Himmler reageerde enigszins nonchalant en liet blijken niet erg onder de indruk te zijn van Musserts opinie. De NSB-Leider moest maar weten of hij de unieke gelegenheid voor het oprichten van een Regiment “Nederland” zou laten schieten of niet. Toch zou juist de mening van Mussert uiteindelijk van grote betekenis zijn voor de definitieve structuur van germanische Korps.

Van verschillende kanten bereikten Himmler bezwaren tegen de plaatsing van Nederlandse vrijwilligers in een Division die de naam “Nordland” zou dragen. Rauter stuurde op 23 maart 1943 een telexbericht aan Himmler waarin hij de Reichsführer verzocht om de oprichting van een SS-Panzer-Grenadier-Division “Nederland” in overweging te nemen. “Der Name “Nordland” ist den Männern hier nichts” zo schreef hij. Bovendien leverden de Nederlanders volgens de Höhere SS- und Polizeiführer het hoofddeel van de vrijwilligers. Himmler was helemaal geen tegenstander van de oprichting van een Division “Nederland”. Op langere termijn wilde hij de Regimenter “Nederland”, “Danmark” en “Norge” toch al uitbouwen naar een volledige Division. Himmler schreef: “Es soll mich freuen, wenn die Niederländer die ersten sind”. Wanneer hij eenmaal voldoende Nederlandse vrijwilligers beschikbaar had voor de oprichting van het Regiment “Nederland” dan was hij bereid het meerdere vast op te leiden voor de Artillerie, Pioniere, Panzerjäger of Nachrichten. Hiermee zou dan vast een basis gelegd worden voor de overige eenheden binnen een Division waarin tot dan toe maar weinig Nederlandse vrijwilligers voor waren opgeleid. Voorts legde Himmler nog een de vinger op een zere plek. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de Noren, waren er tussen de Nederlandse vrijwilligers maar relatief weinig geschikte officieren uit het voormalige Nederlandse leger beschikbaar. Bovendien moesten de mannen die zich wél aanmeldden de bereidheid hebben om zich opnieuw te laten opleiden. In de hoogste kringen was er dus de wil om onder bepaalde voorwaarden een Division “Nederland” op te richten. In dat kader was het natuurlijk belangrijk hoe nationaal-socialistisch Nederland dacht over opname van Nedelandse vrijwilligers in een Division “Nordland”.

Uit de reactie van Rauter bleek al dat hem negatieve berichten hadden bereikt over de naam “Nordland”. Hetzelfde gold voor Reichskommissar Seyss-Inquart, ook hij uitte op grond van zijn waarnemingen in Nederland, bij Himmler zijn bedenkingen over de naam. Op 29 maart 1943 besprak Rauter het “Nordland” plan met NSB-Leider Mussert. De eerste reactie van Mussert was verrassend genoeg zeer positief. Hij onderkende het militaire belang van deze beslissing en de enige kanttekening die de NSB-Leider aanvankelijk plaatste, was de nummering (“Nederland” was het 2.Regiment). Aangezien Nederland de meeste vrijwilligers leverde, zag Mussert liever dat “Nederland” het 1.Regiment zou worden.

Op 7 april 1943 kwam Mussert echter toch met een bezwaar tegen de naam “Nordland”. De NSB-Leider betoogde dat alle namen en symboliek m.b.t. de germaanse Divisionen een Scandinavische achtergrond hadden terwijl Nederlands het grootste contingent vrijwilligers leverde. Dit gegeven zou volgens Mussert de verdere werving van Nederlandse vrijwilligers zeker niet ten goede komen. Hij suggereerde zelfs dat de Nederlanders zich beledigd zouden voelen met het oog op het grote offer dat reeds door hen gebracht was. Een wijziging van de naam “Wiking” was voor Mussert, gelet op de prestaties op het slagveld, alles behalve vanzelfsprekend. Dit gold volgens hem echter niet voor de naam “Nordland”. Bovendien zo betoogde Mussert, was bij de oprichting van het Legion “Niederlande” dat inmiddels een uitstekende reputatie had, overeengekomen dat deze formatie onder eigen vlag, onder eigen commando en met eigen symboliek ten strijde zou trekken. Op grond van dit alles zou de nieuwe 2.germanische Division volgens Mussert de naam “Nederland” i.p.v. “Nordland” moeten krijgen. Een 3.Division zou dan de naam “Nordland” kunnen krijgen.

Concreet betekende het dat Mussert aanstuurde op de oprichting van een volledig Nederlandse Division binnen het kader van de Waffen-SS. Hiertoe deed hij het verzoek om het Legion “Niederlande” niet op te heffen, maar slechts de naam te wijzigen in Division “Niederlande” (“Nederland”?). Deze formatie die zo nauw aan de NSB verbonden was, kon dan met behoud van tradities, symboliek en emblemen de strijd voortzetten, zij het in een grotere omvang. Het is aannemelijk dat Mussert, wetende dat de officiële overgang van het Legion naar de Waffen-SS overmijdelijk was, hiermee hoopte het laatste beetje Nederlandse identiteit te kunnen behouden.

Het was de NSB-Leider kennelijk ontgaan dat juist de band met de Beweging een doorn in het oog was van de SS. Rauter adviseerde Himmler dan ook om niet in te gaan op Musserts wens om het Legion “Niederlande” niet op te heffen. Dat was onbespreekbaar. Maar op Musserts wens om een Division “Nederland” op te richten, ging de SS gretig in. Als hij een Nederlandse Division wilde dan mocht hij deze samenstellen. Op 8 juli 1943 spraken Mussert en Himmler elkaar ondermeer over de werving van de Nederlandse vrijwilligers. Hoe meer vrijwilligers, hoe beter. Een Division “Nederland” behoorde alleen tot de mogelijkheden wanneer Mussert voldoende mankracht op de been kon brengen. Een lastige taak omdat volgens Himmler voor een Division 20.000 manschappen nodig waren, terwijl op dat moment, juli 1943, slechts 2.500 Nederlandse vrijwilligers beschikbaar waren. Himmler beloofde Mussert tegemoet te komen met de toevoeging van een relatief klein contingent Duitse recruten.

Toch bleek de formatie van een Division bestaande uit voornamelijk Nederlandse vrijwilligers uiteindelijk onhaalbaar. In juli 1944 werd dit formeel geconcludeerd. We mogen echter aannemen dat in hoge SS-kringen al van meet af aan duidelijk was dat de oprichting van een Division nog niet tot de mogelijkheden behoorde. Ook Mussert realiseerde zich nu dat zijn voorstel voorlopig onhaalbaar was. Op korte termijn konden volgens Himmler ongeveer drieduizend nieuwe Nederlandse vrijwilligers worden aangeworven. De formatie van een SS-Brigade “Nederland” (een Brigade bestond doorgaans uit achtduizend manschappen) lag daarom meer voor de hand. NSB-Leider Mussert ging hiermee akkoord toen de SS hem verzekerde dat de Wolfsangel (kraagspiegel) en het oranje-blanje-bleu schildje (op de rechterarm) deel uit bleef maken van het uniform van de Nederlandse vrijwilligers in de Brigade.

De overgang van het Legion “Niederlande” naar de Brigade “Nederland”, een onderdeel van de Waffen-SS, was daarmee besloten. Musserts tot mislukking gedoemde plan om een volledige Nederlandse SS-Division op te richten, had vrijwel geruisloos geleid tot het besluit om het Legion over te hevelen naar een SS-Brigade “Nederland”.

Opstelling III.(germ.) SS-Panzerkorps in Grafenwöhr en oprichting Brigade Nederland
In april 1943 werd het Freiwilligen Legion Niederlande van het front terug getrokken en naar Truppenübungplatz Grafenwöhr in Noord-Beieren getransporteerd. Aldaar werd het Freiwilligen Legion Niederlande, net als de andere Germaanse Legionen gereorganiseerd en vervolgens officieel opgeheven. De formele opheffing vond plaats op 20 mei 1943 Na een korte rustperiode waarin de meeste manschappen met verlof werden gestuurd, ging in juni 1944 de opbouw van een SS-Panzerkorps van start dat moest gaan bestaan uit voornamelijk germaanse vrijwilligers.

Deze germaanse vrijwilligers vormden samen met Duitser en Volksduitsers vanaf dan de kern van het nieuwe III.(germ.) SS-Panzerkorps. De Noorse, Deense en enkele Zweedse vrijwilligers werden grotendeels opgenomen in de 11.SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier-Division "Nordland" en de Nederlanders kregen een 'eigen' gemotoriseerde Brigade, de 4.SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Brigade "Nederland". Deze kersverse eenheid van de Waffen-SS kreeg bovendien de beschikking over een eigen veldhospitaal: SS-Feldlazarett Freiwilligen Legion "Nederland" (vanaf februari 1944: SS-Lazarett 'Niederländische Ambulanz').

Verplaatsing naar Kroatië
De voormalige legionairs, aangevuld met nieuwe Nederlandse vrijwilligers en vele Volksduitse rekruten uit ondermeer Siebenburgen in Roemenië werden begin september 1943 als onderdeel van het III.SS-Panzerkorps per trein naar Kroatië verplaatst waar het Korps verdere opleiding en training zou volbrengen. Het OKH wilde het Korps op grond van tactische overwegingen dichter bij het front onderbrengen. Even nog was er sprake geweest van een verplaatsing naar de Atlantische kust, maar dat idee werd met het oog op de achtergrond van de Europese vrijwilligers snel verworpen. In Kroatië kregen de partizanentroepen steeds meer de overhand. De pro-Duitse Kroatische Ustasha-regering was niet bij machte om buiten Agram (Zagreb) structureel orde op zaken te stellen. Er was van Duitse kant dan ook een bijzonder grote behoefte aan nieuwe bezettingstroepen waarmee het tij gekeerd zou kunnen worden. Aldus werd door het OKH besloten om het III.SS-Panzerkorps naar dit gevaarlijke gebied te sturen. Erg verstandig leek deze keuze niet. Het Korps was nauwelijks nog gemotoriseerd en het beschikte vrijwel niet over zware wapens. Het OKH verzekerde het Korps echter dat deze na aankomst in Kroatië meteen zouden worden aangevoerd. Een ander punt van zorgen was het gebrek aan kennis van de plaatselijke verhoudingen bij de Korpsleiding. De algemene gedachte was dat het allemaal wel wat mee zou vallen voor het gros van de mannen dat al was blootgesteld aan de ontberingen aan het Oostfront. Deze gedachte maakte echter kort na aankomst van de eerste troepen al plaats voor het besef dat het jonge Korps een zware tijd tegemoet ging.

Het Korps werd zo gepositioneerd dat de partizanenbewegingen in alle windrichtingen ernstig bemoeilijkt werden. De Brigade "Nederland" werd in Kroatië rond Oroslavje en Donja Stubica net boven Agram (nu Zagreb) ondergebracht. Alhoewel het oefenen in Korps verband voorop stond, bestond één van de eerste taken uit het ontwapenen van de Italiaanse pantserdivisie “Lombardi”, die na de oproep van Maarschalk Badoglio de wapens hadden neergelegd en zich aan geallieerde zijde hadden geschaard. Deze Italianen bezetten de West-Kroatische kust en hadden zich verschanst in beveiligde dorpen en stadjes. Deze eenheden waren al enige tijd niet meer actief en zij werden dan ook zonder problemen binnen enkele uren ontwapend door de mannen van III.(germ.)SS-Panzerkorps.

Een andere, maar uiteindelijk zeer belangrijke taak bestond uit het beveiligen en openhouden van de (spoor)wegen van en naar Agram. In Kroatië woedde zoals vermeld een hevige partizanenoorlog waarbij de Duitse strijdkrachten en hun locale Ustasha bondgenoten door hinderlagen en door de vernietiging van infrastructuur gevoelige verliezen leden. Het was, mede gelet op de eigen veiligheid, bittere noodzaak dat de Panzergrenadiere van het aanwezige III.SS-Panzerkorps regelmatig werden ingezet in de strijd tegen de partizanen van Tito, en andere groepen. De Nederlandse vrijwilligers liepen ook meerdaagse patrouilles waarbij actief op partizanengroepen werd gejaagd. Bij deze gevechten met de partizanen vielen ook de eerste Nederlandse slachtoffers binnen de Brigade. Deze guerrillastrijd waarop de Conventie van Genève niet van toepassing was, bracht de meest verschrikkelijke eigenschappen van de mens naar boven. In een niets ontziende strijd brachten beide partijen gevangengenomen vijanden vrijwel altijd om het leven. Het was onvermijdelijk dat ook de Nederlandse vrijwilligers zich schuldig maakten aan deze praktijken. Een naoorlogse uitspraak van een Nederlandse vrijwilliger illustreert dit treffend:

'als die partizanen werkelijk gesnapt werden ... dan konden ze rekenen op de hoogste boom'.

Naast de voortdurende inzet tegen partizanen was er ook tijd voor datgene waarvoor men was gekomen, namelijk oefening en training opdat het germaans SS-Panzer-Korps met succes aan het Oostfront kon worden ingezet. De Panzergrenadiere oefenden in hun nieuwe camouflagekleding en werden bekend gemaakt met de bediening van de nieuwe wapens en met het opereren binnen Brigade en Korps verband. Daarnaast was er de tijd om de Brigade op acceptabele sterkte te krijgen. Er arriveerden militairen die waren overgeplaatst uit de Division “Wiking” , net als het III.Panzerkorps een multinationale eenheid. De Brigade, aangevoerd door SS-Oberführer Jürgen Wagner (op 20-4-1944 bevorderd tot SS-Brigadeführer), kon nu beschikken over twee Regimenter met elk drie Bataillonen:

SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Regiment 48 "General Seyffardt"
SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Regiment 49 "De Ruyter"

Ondanks de aanvullingen uit de Division “Wiking” was de Brigade half december 1943 nog alles behalve op sterkte. De Panzerjäger Abteilung had een tekort aan anti-tank geschut, de bemanning van de Flak-Batterie was nog in opleiding, de Aufklärungs Kompanie kon over geen enkele pantserverkenningswagen beschikken, het Artillerie Regiment was nog in opleiding en de motorvoertuigen van de gehele Brigade ontbraken voor circa 90 %. Een allesbehalve gunstig vooruitzicht.

Ondanks diverse pogingen van Kommandeur Jürgen Wagner om verplaatsing naar het Oostfront op te schorten tot tenminste het moment dat het ontbrekende materieel en wapentuig was gearriveerd, kregen de manschappen van "Nederland" vlak voor Kerst te horen dat de Brigade naar het Oostfront zou vertrekken. Terwijl de Brigade nog onvolledig opgeleid, bewapend en uitgerust was, moest deze eind december 1943, binnen het III. SS (germanischen) Panzer-Korps onder commando van SS-Obergruppenführer Felix Steiner, dus tóch vertrekken naar het Oostfront en wel naar de Oranienbaumkessel nabij Leningrad.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) Pierik, Van Leningrad tot Berlijn; In 't Veld, de SS en Nederland; Hausser, Waffen-SS im Einsatz; Steiner, Die Freiwilligen; Armando, De SS'ers; Verrips, Mannen die niet deugden; De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog; Vincx en Schotanius, Nederlandse vrijwilligers;



  Tekst: EM © 2000 - 2020 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.