De 'SILBERTANNE' moorden en Sonderkommando Feldmeijer

In 1943 pleegden Nederlandse verzetsstrijders een grote reeks van aanslagen op verschillende collaborateurs. Naast diverse personen, die maar op relatief kleine schaal collaboreerden, werd ook een aantal kopstukken van 'nationaal-socialistisch' Nederland doel van deze moordacties. Ook de Nederlandse bevelhebber en medeoprichter van het Nederlandse Vrijwilligerslegioen, generaal Seyffardt werd door dit noodlot getroffen. De liquidaties lieten de Duitse bezetter en de Nederlandse collaborerende bewegingen dan ook niet onberoerd. Höhere SS- und Polizeiführer Hans Rauter en de Germaanse SS in Nederland, onder leiding van Voorman Henk Feldmeijer, pleitten voor represailles en die kregen zij met uitvoering van de Aktion 'Silbertanne'.

Rauter en Feldmeijer zochten beide al enige tijd naar een passend antwoord op de toegenomen activiteiten van de Nederlandse illegaliteit. Beide heren hadden reeds vroeg hun voorkeur uitgesproken voor het uitvoeren van executies op anti-Duitse Nederlanders. Ondanks de grote regelmaat waarbij NSB'ers in 1943 het slachtoffer werden van sluipmoorden die door het verzet werden uitgevoerd, voelde NSB-leider Mussert echter niets voor executies. Wel stemde hij in met zogenaamde represaille-deportaties van anti-Duitse Nederlanders naar de kampen. Hoe langer de reeks aanslagen op Nederlandse collaborateurs en Wehrmachtpersoneel werd, hoe meer Rauter aanstuurde op een radicaal antwoord. NSB-Leider Mussert bleef zich tot grote ergernis van Rauter verzetten tegen het uitvoeren van executies. Zoals Mussert vaak was gebeurd, trok hij ook nu weer aan het kortste eind. Rauter had uitdrukkelijke toestemming van Himmler verkregen om het verzet, zoals hij dat zag, met gelijke munt terug te betalen.

De Generalkommissare Rauter, Wimmer en Ritterbusch besloten op 5 september 1943 in het geheim tot het plegen van 'sluipmoorden'. Concreet betekende dit dat er voor elke aanslag gepleegd op een 'nationaal-socialistisch persoon', drie (aanvankelijk tien) als anti-Duits bekend staande personen uit de regio zouden worden vermoord door Nederlandse SS'ers. De Sicherheitsdienst (SD), in Nederland vertegenwoordigd door Brigadeführer Erich Naumann (voormalig commandant van Einsatzgruppe B), zou zijn medewerking aan de actie verlenen door auto's, valse nummerborden, valse persoonsbewijzen enz. aan de daders te leveren. Het geheel diende, omdat het een geheime reeks van acties zou zijn, ook een codenaam te dragen. Nadat de naam 'Blutbuche' (rode beuk) als zijnde te doorzichtig was afgekeurd, koos men voor 'Silbertanne' (zilver den).

Nu het besluit was gevallen, moesten er nog moordcommando's worden gevormd. Deze taak werd toebedeeld aan Voorman der Germaanse SS in Nederland Henk Feldmeijer. Hij zou in het diepste geheim in de vijf regionale Standaarden van de Germaanse SS in Nederland een aantal manschappen (drie tot zes) werven die de regionale moordcommando's moesten vormen. Daarnaast werden er lijsten met potentiële slachtoffers samengesteld. Leden van de NSB en de Germaanse SS in Nederland leverden een grote bijdrage aan de totstandkoming van deze documenten. De uiteindelijke beslissing wie zou worden doodgeschoten lag echter bij de chefs van de Aussenstellen van de SD. Deze mensen werden op 13 september 1943 allemaal offcieel van 'Silbertanne' op de hoogte gebracht.

In de nacht van 28 op 29 september 1943 werden de eerste 'Silbertanne' sluipmoorden gepleegd. De moorden waren een reactie op drie moordaanslagen gepleegd door het verzet in Zuid-Oost Drenthe. Onder leiding van de regionale SS-Standaard leider T. J. S. van Efferen werden een garagehouder, een chirurg uit Meppel en een onderwijzer uit Staphorst in stilte vermoord. De kranten meldden de volgende dag de moorden en schreven over de mogelijke aanleiding: 'de politie tast in het duister'. De 'Silbertanne' moorden gingen elf maanden lang door (eind september 1943 - begin september 1944). Ook de bekende schrijver A. M. de Jong werd nog het slachtoffer van de nietsontziende represaille maatregelen.

Historicus Lou de Jong signaleerde twee fasen in 'Silbertanne'. In de eerste fase (tot april 1944) werden de moorden (33 in getal) gepleegd door de Standaarden zelf, zij hadden elk een moordcommando van circa vijf man. In de tweede fase (tot september 1944) werden de moorden (minstens 21 in getal) gepleegd door één commando namelijk Sonderkommando Feldmeijer. Waarom was de tactiek gewijzigd?

Gebleken was dat de Germaanse SS-Standaarden in Nederland niet allemaal in staat waren om de moorden naar volledige tevredenheid van de leiding uit te voeren. De samenstelling van de moordcommando's, overigens allemaal bestaande uit Oostfront vrijwilligers, wijzigde zich naar het oordeel van Feldmeijer en Rauter te vaak. Slechts de fantieksten, aangevuld met nieuwe manschappen en in totaal zo'n vijftien personen, bleven over. Deze groep werd rechtstreeks onder Feldmeijer geplaatst in het Sonderkommando Feldmeijer. Het optreden van deze groep was, hoe schandelijk ook, uiterst effectief tot grote tevredenheid van initiator Rauter. Na enkele maanden zouden de eerste onderscheidingen al zijn uitgereikt.

Andere prominente nationaal-socialisten in Nederland waren minder gelukkig met Aktion 'Silbertanne'. De vervanger van Naumann, SS-Brigadeführer Eberhard Schöngarth, beëindigde de moordcampagne toen hij vernam dat er iets dergelijks bestond. De moorden zouden de SD in een (nog) kwalijk(er) daglicht stellen en bovendien de indruk wekken dat de SD niet in staat was de daders te vinden en zich daarom maar verlaagde tot het plegen van sluipmoorden. Daarnaast was de onmiddellijke executie van verzetslieden inmiddels toegestaan (Niedermachungsbefehl) waardoor een afschrikwekkende campagne als 'Silbertanne' eenvoudigweg niet meer nodig was. De Germaanse SS'ers uit het commando kregen daarom een nieuwe taak. Sonderkommando Feldmeijer ging zich vanaf begin september 1944 bezig houden met de bewaking van Feldmeijer.

Niet alle namen van de manschappen van de moordcommando's zijn bekend. Na de oorlog noemde Feldmeijers stafchef Jansonius de namen: J. T. S. Van Efferen, C. F. Mink, Smid en Lantinck. Verder is bekend dat de Germaanse SS'ers L. Th. van Gog en D. Bernhard de schrijver A. M. de Jong hebben vermoord. Alhoewel de actie officieel een actie was van de Sicherheitspolizei werd deze uitgevoerd door Nederlandse Oostfront veteranen die tevens lid waren van de Germaanse SS. De betrokkenen, voor zover gearresteerd, zijn na de oorlog tot zeer zware straffen veroordeeld. Zo werd Rauter mede door zijn rol bij 'Silbertanne' ter dood veroordeeld en gebracht.



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.