De SS

Voor het ontstaan van de SS moeten wij teruggaan naar de jaren twintig. Al vanaf de oprichting van de National-Sozialistische Deutsche Arbeiter Partei (NSDAP) in 1920, liet Adolf Hitler zich bijstaan door een paramilitaire organisatie. Deze Sturm-Abteilung (SA), die een direct onderdeel vormde van de NSDAP, fungeerde aanvankelijk als politiek pressiemiddel. De SA trachtte door middel van intimidatie en gewelddadige optredens de tegenstanders van de partij op 'de juiste weg' te brengen. Daarnaast werd de SA ingezet om partijbijeenkomsten te beveiligen tegen ordeverstoringen door politieke tegenstanders. De SA was een organisatie die onder leiding stond van de NSDAP. De bewapening werd echter door de Reichswehr verzorgd.

Juist dit laatste maakte de SA tot een niet volledig betrouwbare organisatie. De leider van de SA, Ernst Röhm, sloeg bovendien begin jaren dertig enkele malen de bevelen van Hitler in de wind. Vanwege diverse overwegingen was het beter Röhm in zijn functie te laten ondanks het feit dat de SA daarmee niet meer de organisatie was die volledig in dienst van de partij en Hitler opereerde. Aangezien er wel duidelijk behoefte was aan een trouwe paramilitaire formatie, besloot de NSDAP om een nieuwe organisatie in het leven te roepen. De nieuwe eenheid die de naam Stabswache meekreeg, werd in maart 1923 samengesteld uit de meest loyale en bekwame manschappen van de SA. Aanvankelijk diende de Stabswache enkel als Hitlers persoonlijke lijfwacht. In tegenstelling tot de SA had de Stabswache geen banden met de Reichswehr.

Al in november 1923 moest de Stabswache haar diensten aan Adolf Hitler en de NSDAP beëindigen. Hitlers mislukte putsch van dat jaar had namelijk tot gevolg dat niet alleen de SA, maar ook de Stabswache verboden werd door de toenmalige Duitse regering. Toen de NSDAP-leider na een korte gevangenschap in december 1924 weer in vrijheid werd gesteld, was zijn partij ten gevolge van onderlinge twisten in een diep dal geraakt. De SA, die nog steeds verboden bleef, maar in tegenstelling tot de Stabswache ondergronds wel in stand gehouden was, kwam in toenemende mate onder het gezag van de licht rebellerende Röhm. De inmiddels tot een grote organisatie uitgegroeide SA onttrok zich steeds meer aan het gezag van de partij. Hitler besloot daarom opnieuw een absoluut betrouwbare paramilitaire eenheid te formeren, die net als voor de putsch belast zou worden met de bewaking van zijn veiligheid. Met name in München werd op initiatief van Julius Schreck, Hitlers chauffeur, een aantal paramilitaire groepen opgericht waaruit de lijfwacht geformeerd zou moeten worden. Deze groepen werden met de naam Schutz-Staffeln (SS) aangeduid.

Deze nieuwe persoonlijke lijfwacht van de NSDAP-leider voerde niet alleen een nieuwe naam, maar kreeg ook een nieuw takenpakket toebedeeld. De SS was ten eerste opgericht om Hitler te beschermen en ten tweede om zowel politieke tegenstanders als dissidenten binnen de eigen partij te intimideren en waarnodig tot zwijgen te brengen. De manschappen waren geselecteerd op hun nationaal-socialistische idealen, fysieke kwaliteiten, afkomst en hun grenzeloze bereidheid om ieder bevel uit te voeren. Ondanks de grote betrouwbaarheid en daarmee het persoonlijke belang voor Hitler, wist de SS zich nog niet te ontwikkelen tot een machtig nationaal-socialistisch bolwerk. De SA, die in 1926 officieel weer bestaansrecht had verkregen, bleef de SS tot 1934 zowel kwalitatief als kwantitatief overtreffen. Wel heerste er binnen de SS als gevolg van de relatief strenge selectiecriteria al in zekere mate een gevoel van superioriteit ten opzichte van de SA.

Deze overtuiging van de eigen kracht werd vanaf de aanstelling van Heinrich Himmler als Reichsführer-SS op 6 januari 1929 vele malen sterker. Hitler gaf de Reichsführer-SS de vrijheid om de SS te maken tot een in alle opzichten elitair partijleger. De aan Hitler loyale 280 man tellende knokploeg diende volgens Himmler binnen enkele jaren te worden omgevormd tot een raciale, politieke en geestelijke elite. Zijn plannen waren gestoeld op de veronderstelling dat de NSDAP diende te beschikken over een partijleger dat de eigen idealen diende te beschermen en uit te dragen. Overtuigd van de eigen fysieke en raciale superioriteit konden alleen de meest atletische arische jongemannen in aanmerking komen voor een lidmaatschap van de SS. Om de kwaliteit te bewaken, werden diverse maatregelen getroffen. Himmler scherpte de fysieke selectiecriteria fors aan en gaf bevelen uit die de raszuiverheid van de SS moesten waarborgen.

Eén van de meest opzienbarende maatregelen die werd uitgevoerd, was het op 31 december 1931 in werking tredende Verlobungs und Heiratsbefehl. Zij die tot de gelederen van de SS behoorden, dienden voor een aankomend huwelijk toestemming te vragen aan de Reichsführer-SS. Toestemming werd enkel en alleen verleend wanneer de bruid ook aan de minimale eisen betreffende de arische raszuiverheid voldeed. Ten koste van alles diende de vermenging van rassen te worden voorkomen. Rassenvermenging was zowel in de ogen van Hitler als Himmler het begin van het einde: het zou onvermijdelijk leiden tot de ondergang van het Duitse volk. Een maatregel als het Verlobungs und Heiratsbefehl en vooral het gegeven dat de manschappen zich hiertegen doorgaans niet verzetten, zegt veel over de gehoorzaamheid van het gros van de leden der SS. De absolute trouw en toewijding aan de SS waren van zo'n groot belang dat men zich vrijwillig en volledig onderwierp aan het gezag en de idealen van de Reichsführer Heinrich Himmler, zelfs wanneer dit ten koste ging van de eigen persoonlijkheid.

Verder zorgde Himmler dat de SS gehuld werd in allerlei mystieke nevelen. Zijn aanstelling betekende het begin van de SS-mystiek. Himmler streefde naar de creatie van een Germaanse ridderorde die het nationaal-socialisme als een soort religie zou uitdragen en vormgeven. De SS was in zijn ogen de voorhoede van deze te creëren ridderorde. De pseudo-religieuze wensdromen van Himmler kregen aanvankelijk echter maar langzaam gestalte. De verwezenlijking van het tot in het absurde doorgedreven gedachtengoed van de Reichsführer had tijd nodig. De offerbereidheid en de totale gehoorzaamheid daarentegen waren al rotsvast vertegenwoordigd in de SS. Het was waarschijnlijk deze absolute onderwerping die Hitler deed beslissen om de SS in te zetten voor het klaren van de moeilijkste klussen. Zo werd een eenheid van de SS in 1931 ingezet om enkele hoge, inmiddels sterk rebellerende, SA lieden hardhandig tot de orde te roepen. Deze actie tegen partijgenoten notabene, zou voor de toekomst van de SS van groot belang blijken.

De SA, de andere paramilitaire partijorganisatie, had inmiddels definitief de gunst van Hitler verspeeld. De SA was op tal van punten niet meer te vertrouwen. De organisatie kende in toenemende mate rebellerende elementen, was opgebouwd uit diverse andere organisaties en schaarde zich te veel achter de eigen leiders waardoor de trouw aan Hitler in het geding kwam. De SS daarentegen had met de eerdere actie zijn onvoorwaardelijke trouw aan Hitler met succes weten te tonen. In 1933 bewees de SS opnieuw zijn waarde: mede door het veelvuldige intimiderende en gewelddadige optreden van Himmlers organisatie, wist Hitler de macht in Duitsland definitief naar zich toe te trekken. De kersverse Reichskanzler bedeelde de SS met de nieuwe taak om het voortbestaan van zijn regering te bewaken. Tegenwerkende krachten of zelfs potentieel tegenwerkende krachten dienden op bevel van Hitler uit de weg te worden geruimd. De SS stelde hem niet teleur.

Een belangrijke bron van onrust en een zeker gevaar voor de macht van Hitler was de SA. Onder leiding van Ernst Röhm was de SA uitgegroeid tot een omvangrijk en machtig apparaat dat een directe bedreiging vormde voor de absolute macht die Hitler wenste uit te oefenen. Naast de eerder geschetste afwijkingen met betrekking tot de wensen van Hitler heerste er binnen de SA in toenemende mate onvrede over de gevolgen van de Machtübernahme. De SA voelde zich maar karig beloond en wilde meer. Daarnaast ondernam de organisatie pogingen om zich tot een Duits volksleger om te vormen. Verder was de SA, die nog steeds het karakter hield van een oncontroleerbare straatbende, niet langer gewenst nu de NSDAP aan de macht was gekomen. De orde binnen de paramilitaire vleugel van de NSDAP diende zo spoedig mogelijk te worden hersteld. Hitler stuurde dan ook aan op maatregelen tegen de SA. In juni 1934 koos de Führer er voor om de belangrijkste leiders van de SA, waaronder Ernst Röhm te laten liquideren. Hitler wist wie de uitvoering op zich zou moeten nemen. De SS stond klaar en was meer dan bereid het bevel op te volgen. De ultieme kans om de grootste concurrent uit te schakelen zou de SS niet laten liggen.

Met de moorden op het kader van de SA in de 'Nacht van de Lange Messen' (30-06-1934) was de SS in één klap zijn rivaal binnen de partij voorbijgestreefd. Uiteraard had de SS Hitler al enige tijd trouw gediend, maar met de uitschakeling van de SA was de enige concurrent onschadelijk gemaakt. De taken die de SA jarenlang had uitgevoerd, vervielen nu in hun geheel aan de SS. Het nieuwe partijleger ontwikkelde zich tot een veelzijdige organisatie waaruit diverse specialistische eenheden werden geboren. Zo groeide Hitlers lijfwacht, gevormd in 1933, langzamerhand uit tot een militaire organisatie die later bekend zou worden als de Waffen-SS.




  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.