Algemeen   Oprichting   Structuur & Personeel   Krijgsgeschiedenis   'Lied der legioen'   De kruistocht tegen het ongeloof

De oprichting van Freiwilligenlegion Niederlande

Het idee van een Nederlands Vrijwilligerslegioen kreeg gestalte na de Duitse aanval op de Sovjetunie (22-06-1941). De Nederlandse nationaal-socialisten - hoe versplinterd ook - kenden een evengrote afkeer van het bolsjewisme als hun Duitse geestverwanten. Nadat het Derde Rijk in oorlog raakte met het 'goddeloze bolsjewisme' gingen er ook in ons land stemmen op om een wezenlijk aandeel in de strijd te leveren. Met name de NSB meende dat een aanzienlijke Nederlandse bijdrage na de overwinning recht zou geven op een gunstige positie in het nieuwe Europa. Bovendien dacht NSB-leider Mussert dat hij te maken had met de voorloper van het nieuwe Nederlandse leger. Het was echter niet de NSB die het eerste initiatief tot de oprichting van een Nederlandse Vrijwilligers Legioen nam.

De oproep van Arnold Meijer, leider van het Nationaal Front
Op 28-06-1941, enkele dagen nadat 'Operatie Barbarossa' gestart was, riep de leider van het Nationaal Front (voorheen Zwart Front), Arnold Meijer, op tot de oprichting van een Nederlands legioen dat samen met de Duitsers het bolsjewisme zou moeten gaan bestrijden. Vanwaar deze oproep? Om deze vraag te beantwoorden, is het van belang in het kort de positie te schetsen waarin het Nationaal Front zich in 1941 bevond. Het Nationaal Front was aanvankelijk naast de NSB, de Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij (NSNAP) en in zekere zin ook de Nederlandsche Unie een partij die door de bezetter als bondgenoten werden gezien bij het tot stand komen van een "nieuwe orde". Alhoewel de NSB zeker geen verpletterende indruk maakte op de Duitsers slaagde de beweging van Mussert er naar verloop van tijd wel in om een bevoorrechte positie in te nemen. De NSB verkwanselde echter de Nederlandse belangen, zo vond Meijer. Het Zwart Front streed voor de totstandkoming van een Groot-Nederland en Meijer was er daarentegen van overtuigd dat er in de NSB stromingen aanwezig waren die Nederland het liefst bij een Groot-Germaans Rijk onder Duitse leiding wilden voegen. Het Zwart Front zocht in 1941 naar een middel om door te groeien naar de positie van belangrijkste collaboratiepartner van de bezetter. Meijer kreeg kort na het begin van de oorlog met de Sovjetunie lucht van plannen op het Reichskommissariat Niederlande om een Nederlandse vrijwilligerseenheid op te richten en speelde daar onmiddellijk op in. Meijer zag dit als dé kans waar het Zwart Front op had gewacht. Wanneer zijn beweging het voortouw zou nemen in de oprichting van deze eenheid dan zouden de kansen vanzelf ten gunste van het Nationaal Front keren. Op het moment dat er eenmaal een groot contingent Nederlandse vrijwilligers zou zijn geworven, zouden er zijn ogen zelfs mogelijkheden zijn om de zelfstandigheid van het bezette Nederland uit te breiden. Of het idee voor de oprichting van het Legioen echt iets van Meijer zelf is geweest, is niet geheel zeker. Het is goed mogelijk dat het idee op een sluwe manier door de Duitsers zelf werd aangereikt.

De bezetter reageerde enthousiast op zijn oprichtingsplan, maar onthield zich aanvankelijk van iedere vorm van openlijke bemoeienis. Een onafhankelijk opgericht Legioen dat zij aan zij met de Duitsers aan het oostfront zou vechten, was om propagandistische redenen alleen al erg interessant. De oproep van Meijer sierde op aandringen van de bezetter op 28-06-1941 dan ook de voorpagina's van alle landelijke dagbladen. Arnold Meijer wist echter nog niet dat in Berlijn al lang vaststond dat de eenheid zou worden uitbesteed aan de Waffen-SS. Daarmee was feitelijk ook iedere kans op de totstandkoming van een werkelijk Nederlandse eenheid bekeken.

Het afhaken van instigator Meijer
Tijdens gesprekken over zijn Legioen-oproep met SS-Hauptsturmführer Karl Leib (chef van de Ergänzungsstelle Nordwest, het rekruteringsbureau voor de Waffen-SS in Den Haag) en diens adjudant, kreeg Meijer steeds meer twijfels. Hij kon zich al snel niet aan de indruk onttrekken dat de Duitsers en met name de SS zich wel degelijk zeer actief bemoeiden met de oprichting van een Nederlands Legioen. Meijer had gelijk, op de achtergrond ontvouwde de SS in West-Europa plannen om germanische Legionen op te richten die net als de West-Europese vrijwilligers in de Waffen-SS, aan het oostfront konden meevechten. In Noorwegen en Denemarken waren reeds eenheden opgericht en nu was het de beurt aan Nederland. Op 06-07-1941 verscheen er in de landelijke dagbladen een bericht waarin de oprichting van het "Vrijwilligersverbond Nederland" zou worden opgericht. Meijer was niet ingelicht en zag bovendien tot zijn ontzetting dat vrijwilligers zich konden aanmelden op de Stadhouderslaan 132 in Den Haag, het adres van de SS-Ergänzungstelle Nordwest. De bezetter was bezig het veel te nationalistische Nationaal Front buiten spel te zetten.

Deze ontwikkeling kwam in een stroomversnelling toen de bezetter een nieuwe propagandist voor het Legioen mocht verwelkomen. De voormalige chef-staf van het Nederlandse leger, luitenant-generaal b.d. Hendrik Alexander Seyffardt werd op initiatief van Seyss-Inquart overgehaald om zich in te spannen voor de werving en de totstandkoming van het Legioen. Seyffardt was een militair zwaargewicht en had bovendien sterk nationaal-socialistische sympatieën. Toen Meijer en Seyffardt op 05-07-1941 met elkaar spraken over het Legioen, wist de luitenant-generaal b.d. te melden dat de Nederlandse vrijwilligers in Duitse uniformen met Nederlandse distinctieven zouden worden gekleed. Daarnaast zou de opleiding niet in Nederland maar in Duitsland plaats gaan vinden. De leider van het Nationaal Front uitte hierover zijn bedenkingen. In de weken daarna werd Meijers beleid ten aanzien van het Legioen gekenmerkt door onduidelijkheid. Het Nationaal Front nam een afwachtende houding aan. Op 26-07-1941 kwam er eindelijk duidelijkheid. Terwijl de façade van de gesloten Nederlandse vrijwilligerseenheid langzaam afbrokkelde, trok Meijer tien dagen na zijn oproep een harde conclusie. Hij wenste met zijn Nationaal Front verder niet meer met dit Legioen in verband te worden gebracht en trok zich terug.

Of deze beslissing werkelijk uitsluitend gebaseerd was op het weinig Nederlandse karakter van het Legioen, zoals Meijer na de oorlog beweerde, valt te betwijfelen. Al in een heel vroeg stadium was immers duidelijk dat Meijers plan geen kans van slagen had waar het Nederlandse karakter van het Legioen betrof. In plaats van meteen af te haken, bleef de leider van het Nationaal Front echter betrokken bij het Legioen. Meijer haakte pas af nadat duidelijk werd dat het enthousiasme onder de Nederlandse bevolking tegenviel en het aantal aanmeldingen helemaal niet zo groot bleek te zijn. Misschien nog wel van groter belang voor Meijers beslissing was het standpunt van zijn eigen aanhang. Binnen het Nationaal Front was er maar een heel beperkt draagvlak voor zijn initiatief. De dag volgend op de oproep stroomden al tientallen opzeggingen binnen. Ook daarna nog bleven de opzeggingen van partijleden binnenkomen. Aannemelijk is dat Meijer op grond van deze constateringen naast de reeds getrokken conclusie over het karakter van het Legioen, de knoop defintief doorhakte en zich terugtrok.

De rol van de NSB en luitenant-generaal b.d. Seyffardt
De NSB daarentegen had minder bezwaar tegen de Duitse bemoeienissen en riep zijn aanhangers op verzoek van Reichskommissar Seyss-Inquart al vanaf 11-07-1941 op om zich te melden voor het Freiwilligenlegion Niederlande (zoals het Vrijwilligersverbond Nederland nu heette). De bezetter wilde van Meijers te Nederlandse plannen af en hoopte, door andere partijen nadrukkelijker bij het plan te betrekken, een eenheid op te (laten) richten die paste in het groot-germaanse beleid. Aanvankelijk had de NSB zich weinig enthousiast getoond. Op de oproep van Arnold Meijer werd nauwelijks gereageerd. Mussert wees op reeds bestaande mogelijkheden. Nederlandse mannen die zich voor het oostfront aan wilden melden, konden immers al terecht bij de SS-Ergänzungstelle Nordwest van waaruit velen terechtkwamen bij het SS-Infanterie Regiment "Westland" van de Division "Wiking". Toch koesterde ook Mussert de wens een Nederlands leger naar het oostfront te sturen. Tot dan toe had de bezetter deze wens echter continu onbeantwoord gelaten en de NSB-Leider had zich al neergelegd bij de werving van Nederlanders voor de Waffen-SS en het NSKK. Toen echter bleek dat de oproep van Meijer door de Duitse autoriteiten werd gesteund en de NSB kort daarna door Seyss-Inquart werd benaderd om in te haken, veranderde het beleid van de NSB op dit punt. Mussert riep zijn aanhangers op zich te melden voor het Legioen.

Seyffardt had inmiddels ook geconstateerd dat er steeds minder sprake was van een gesloten Nederlandse eenheid. Hij bevond zich in een lastig parket. Aan de ene kant probeerde hij, waar mogelijk, het Nederlandse karakter van het Legioen te bewaken en aan de andere kant zag hij de NSB zagen aan zijn stoelpoten. Niet zo zeer om hem aan te kant zetten, maar meer om het Legioen volledig onder invloed van de NSB te plaatsen. Mussert wilde zich via het Legioen verzekeren van de gunsten van de bezetter. Daarnaast zag de NSB-Leider, zoals eerder aangehaald, het Legioen als een nieuwe kans op de totstandkoming van een toekomstig Nederlandse leger. Voor de positie van de NSB, maar nog meer voor het belang van het Nederlandse volk was het van groot belang, zo meende Mussert, dat de NSB dit toekomstige leger naar zich toetrok. De NSB startte begin augustus een grote wervingscampagne onder de eigen leden. Daarbij concentreerde men zich voornamelijk op de eigen weerformatie, de WA. Musserts inspanningen wierpen al snel vruchten af. Onder de vertrekkende vrijwilligers bevonden steeds meer NSB-leden. Het tweede contingent dat op 07-08-1941 vetrok, bestond voor bijna 80% uit NSB-leden.

De Duitsers zagen geen bezwaar in het sterk toenemende aantal NSB-aanmeldingen. Zowel Seyss-Inquart als Höhere SS- und Polizeiführer Rauter lieten Musserts luchtkastelen intact. Zolang de NSB voor de aanvoer van rekruten zorgde, waren zij niet van plan deze ontwikkeling te verstoren, ook al deelden zij Musserts ideeën over het Legioen als NSB-leger zeker niet. Aan het feit dat aan een bezet land als Nederland geen militaire zelfstandigheid kon worden verleend, veranderde helemaal niets. De vrijwilligers dienden te allen tijde onder Duits bevel te staan. Al snel zou blijken dat het Legioen meer weg had van een eenheid van de Waffen-SS als van een toekomstig Nederlands leger onder invloed van de NSB. Seyffardt, die gaandeweg steeds meer besefte dat hij in het geheel niets te zeggen had over de status van 'zijn' Legioen, protesteerde in oktober 1941 tegen de gang van zaken. Zijn woorden waren echter aan een dovemans oor gericht. De generaal b.d. werd feitelijk alleen voor propagandistische doeleinden misbruikt, een werkelijk gezag is hem nooit toevertrouwd. Tot overmaat van ramp liet NSB-Leider Mussert zich andermaal met allerlei technische argumenten m.b.t. de werving en de ondersteuning, door de SS het bos in sturen. De steun van de NSB was essentieel voor de totstandkoming van het Legioen. Beide partijen waren voorlopig tevreden waardoor de werving voor het Legioen volop in gang kon worden gezet.

De feitelijke oprichting en de verhouding tot de Waffen-SS
Het formele besluit tot oprichting van het Freiwilligenlegion Niederlande werd genomen op 12-07-1941. Met ingang van 01-08-1941 werd het Rgt.(besp.) Freiwilligenlegion Niederlande opgericht. De eenheid zou de sterkte van een Regiment moeten krijgen. Inmiddels was ook bepaald dat de Nederlandse generaal b.d. H.A. Seyffardt de commandant van de eenheid zou worden. Daarnaast mocht het Legion, zoals eerder aangehaald, enige nationale insignes op het uniform dragen. Zo zou de "princevlag" (oranje-blanje-bleu, gebaseerd op de vlag die door het leger van de Prins van Oranje in de Tachtigjarige Oorlog werd gevoerd) op de mouw worden gedragen en de wolfsangel (een rune ondermeer gebruikt door de NSB) op de kraag in plaats van de Sig-runen. De eenheid diende verder op zowel de Führer als de "princevlag" de eed af te leggen. De Duitsers deden hun best zoveel mogelijk in te spelen op de nationale gevoelens van de Nederlanders zodat deze hun bezwaren tegen dienstneming aan de kant zetten. Mede in dit kader werd er zelfs een lied geschreven: het 'Lied der Legioen'.
Mouwschild van Legioen.
Onder het mom van 'een kruistocht tegen het bolsjewisme' in een Nederlandse strijdformatie poogden de Duitsers zoveel mogelijk Nederlanders naar het Legioen te lokken. Zoals al eerder opgemerkt was in Berlijn al lang beslist dat het Legion zou worden uitbesteed aan de Waffen-SS. Het Legion werd, zonder dat dit formeel bekend werd gemaakt "Der Waffen-SS angegliedert" oftewel onder het bevel van de Waffen-SS geplaatst.

Nederlandse mannen staan in de rij om zich aan te melden. De werkelijkheid was anders.
Toch waren er verschillen met de Waffen-SS. Niet alleen waren de keuringen voor de rekruten van het Legion minder streng, ook de voor de SS zo kenmerkende orde en discipline ontbrak voor een deel. Enerzijds had dit te maken met de volksaard van gemiddelde Nederlander, iets waar het Duitse opleidingspersoneel in het geheel niet op was voorbereid. Anderzijds was de eenheid was opgebouwd uit een merkwaardige mix van idealisten, avonturiers en soms zelfs criminelen. De relatie met het Duitse opleidingspersoneel in Debica, waar het eerste contingent legionairs de basisopleiding kreeg, was door dit alles dan ook niet goed. Voor een deel lag de oorzaak hiervan ook buiten de Nederlandse rekruten. Er waren maar weinig Duitse officieren die graag samenwerkten met buitenlandse vrijwilligers.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) Pierik, Van Leningrad tot Berlijn; In 't Veld, de SS en Nederland; Hausser, Waffen-SS im Einsatz; Steiner, Die Freiwilligen; Armando, De SS'ersVerrips, Mannen die niet deugden De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog; Vincx en Schotanius, Nederlandse vrijwilligers in Europese krijgsdienst; Zondergeld,Een kleine troep; Havenaar, Mussert; Meyers, Mussert, een politiek leven; Van der Zee, Voor Führer, volk en vaderland; Groeneveld, Gerard, Paul Metz. Mussertman aan het oostfront.; Schippers, Hans, Zwart en Nationaal Front..



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.