Algemeen   Oprichting   Structuur & Personeel   SS-Standarte Westland   Krijgsgeschiedenis

SS-Panzer-Grenadier-Regiment 10 'Westland' / SS-Standarte 'Westland'

Standarte 'Westland' was naast 'Germania' en 'Nordland' één van de drie infanterie regimenten van de SS-Division 'Wiking'. 'Westland' bestond voor een groot deel uit Nederlanders (in juni 1941, 631 man). Naast de Nederlanders dienden er tevens Vlamingen en Duitsers in de eenheid. In 1941 werd het Estisch Freiwilligen Panzer Grenadier Bataillon Narwa aan 'Westland' toegevoegd, vanaf maart 1944 vormde deze eenheid het derde Bataillon van 'Westland'.

Met name het kader: de SS-Führer (de officieren) en ook de meeste SS-Unterführer (onder-officieren), droeg de Duitse nationaliteit. Een groot deel van hen was afkomstig uit het SS-Ersatzbataillon 'Deutschland', een opleidingseenheid. De verhouding tussen enerzijds het kader en anderzijds de Nederlandse vrijwilligers liet aanvankelijk veel te wensen over. De vrijwilligers kwamen kort nadat zij waren goedgekeurd terecht in de Freimannkazerne te München (vanaf 1941 ging men naar Sennheim/Cernay in de Elzas). Aldaar werd de Duitse mentaliteit en de discipline er bijna letterlijk ingestampt met als gevolg dat het enthousiasme van veel mannen nagenoeg verdween. De Nederlanders kregen het niet zelden aan de stok met hun 'Ausbilders' die hen als een soort tweederangs Volksduitsers beschouwden én behandelden. Daarnaast waren de verhoudingen tussen de vrijwilligers zelf ook niet altijd even hartelijk. De divers vertegenwoordigde politieke stromingen (NSB, volkse NSB, NSNAP) en de daarmee aanwezige tegenstellingen creëerden een voedingsbodem voor de nodige botsingen. Soms raakten de vrijwilligers al tijdens de treinreis van Nederland naar Duitsland slaags. De harmonie leek ver te zoeken.

Maar er waren meer zaken die de sfeer in de kazerne geen goed deden. Een deel van de Nederlanders bleek namelijk onder valse voorwendselen naar Duitsland te zijn gelokt hetgeen grote aantallen ertoe bracht huiswaarts te keren. In de eerste maanden bood de Waffen-SS hiertoe nog mogelijkheden, later niet meer. Honderden maakten gebruik van deze mogelijkheid. De kans was immers groot dat zij het Nederlanderschap zouden verliezen wanneer zij in vreemde krijgsdienst zouden treden. Een ander deel van de vrijwilligers verliet de opleiding nadat duidelijk was geworden dat er uiteindelijk een eed op Adolf Hitler moest worden afgelegd. Deze luidde voor de Germaanse vrijwilligers:

"Ich schwöre dir, Adolf Hitler, als Führer aller Germanen, Treue und Tapferkeit. Ich geolbe Dir und den von Dir bestimmten Vorgesetzten Gehorsam bis in den Tod, so war mir Gott helfe."

Verder droeg de handelswijze van het Duitse personeel in München ook niet bij aan een goede sfeer. Naast de reeds aangehaalde neerbuigende houding ten opzichte van de Nederlanders, bleek ook de daadwerkelijke opleiding onvoldoende toegesneden op de Nederlandse volksaard. Het personeel was in het geheel niet voorbereid op de komst van de Nederlanders en wist zich aanvankelijk niet goed raad met de Nederlanders. De Ausbilder hielden echter de poot stijf en drukten de rebelse houding die sommige Nederlanders er op na hielden, snel de kop in.

 
Een van de Ausbilders
Wie besloot om te blijven, diende zich te onderwerpen aan de regels en gebruiken binnen de Waffen-SS. Zij die een enkeltje Nederland verkozen, waren echter ook nog niet van de SS af, een groot deel kwam terecht bij de Nederlandsche SS ook werd in de laatste oorlogsjaren alsnog bij 'Landstorm Nederland' ingelijfd.

Niet alle Nederlandse vrijwilligers volgden hun basisopleiding in de Freimann-kazerne. In december 1940 volgden ook nog eens 132 Nederlanders een opleiding in het kader van de Waffen-SS in Oberau bij Berchtesgaden. Deze opleiding was in grote lijnen dezelfde als in München echter met uitzondering van de spartaanse omstandigheden. De opleiding in Oberau werd als draaglijker ervaren. Voor beide contingenten gold dat zij na hun basisopleiding nog een wapenopleiding dienden te volgen. Voor deze opleiding waarbij met diverse infanteriewapens werd geoefend, werden de vrijwilligers naar Klagenfurt in Oostenrijk gezonden. De opleiding in de plaatselijk Lehndorfkazerne duurde ongeveer twee maanden. Vanaf april 1941 kwamen de eerste Nederlanders in Klagenfurt aan.

De stroom Nederlandse vrijwilligers begon aardig op gang te komen. Dit was echter niet vanzelf gegaan. De belangrijkste fascistische partij in Nederland, de NSB onder leiding van Anton Mussert, stelde zich aanvankelijk niet erg welwillend op waar het de oprichting van het voornamelijk Nederlandse SS-Regiment betrof. Mussert zag het Regiment als een poging van de SS om de laatste zelfstandigheid van Nederland te beëindigen. Toen de SS dreigde de radicale en SS gezinde Meinout Rost van Tonningen, eveneens een prominente NSB'er, naar voren te schuiven, stelde Mussert zijn standpunt iets bij. Mede om zijn eigen positie veilig te stellen, veranderde hij zijn houding ten opzichte van de Waffen-SS. Mussert verklaarde nu geen bezwaar tegen te hebben wanneer NSB-leden zich zouden melden voor de Waffen-SS. Kort daarna riep hij zelfs openlijk op om dienst te nemen. Toen de Duitse plannen met het Bolsjewisme in de Sovjetunie duidelijk werden, liet de NSB welhaast alle bezwaren tegen dienstneming in de Waffen-SS varen..

De band die door de 'Westlanders' op de mouw werd gedragen

Mussert meende een slaatje te kunnen slaan uit de militaire collaboratie. Na de overwinning op de Sovjetunie en Groot-Brittannië zou Nederland op grond van zijn aandeel in de strijd, het recht hebben om een prominente plaats in te nemen bij de opbouw van het nieuwe Europa. De NSB-leider zag eveneens mogelijkheden een nieuw Nederlands leger tot stand te brengen. Vanaf het begin van 1941 riep Mussert zijn leden op om dienst te nemen bij de 'Westland'.

Operatie 'Barbarossa' (de aanval op de Sovjetunie, 22 juni 1941) was het begin van de strijd tegen het 'verschrikkelijke bolsjewisme'. Al snel was er behoefte aan meer soldaten en daarom traden ook de meeste leden van de Nederlandsche SS in dienst van de Waffen-SS. De voorman Feldmeijer verwachtte dat zijn mannen zich als 'echte SS-mannen' zouden tonen. Hij werd niet teleurgesteld. Vrijwel de hele Nederlandsche SS vertrok naarmate de oorlog vorderde naar het front. De meesten namen dienst bij de SS-Standarte 'Westland'. Met de aanval op de Sovjetunie beleefden de meeste Nederlanders hun vuurdoop. De divisie werd op 1-4-1941 onder commando van Heeresgruppe Süd (Heeresgruppe 'C') geplaatst en werd ingezet bij de aanval op de Oekraine.

In Jan Vincx, Nederlandse vrijwilligers in Europese krijgsdienst dl. 4 , 5.SS Pantserdivisie 'Wiking' (p.102) doet een Nederlandse vrijwilliger F.I.R. zijn relaas over de order om de kazernes te verlaten en naar Breslau te reizen. De vrijwilliger vertelt over de reis naar Breslau vervolgens naar Militsch-Oels en van daar naar Lublin. Na talloze oefeningen in de bossen waarin de vrijwilligers leerden over tactieken van het Rode Leger en de geheimzinnigheid die men moest betrachten, wist F.I.R. genoeg. Hij schreef: ' Nu wist ik het helemaal zeker: deze geheimzinnigheid zo vlak bij die demarkatielijn was er natuurlijk op gericht, bij de Rus geen argwaan te veroorzaken omtrent de zo vlakbij aanwezige, in groten getale aangerukte Duitse militaire eenheden. En dus: over enkele dagen oorlog met Rusland!'. De vrijwilliger had het bij het rechte eind al moest 'Wiking' nog even wachten voordat de oorlog voor de eenheid zelf begon. Op zondag 29 juni 1941 kreeg commandant Steiner de langverwachte marsorder. 'Wiking' trok via de plaatsen Zamosz en Rava-Russkaja (Rawa-Ruska?) op naar Lemberg.

Al tijdens de eerste gevechten nabij Lemberg raakte 'Westland' zijn Kommandeur kwijt. SS-Standartenführer Hilmar Wäckerle werd op 2 juli 1941 tijdens een inspectie van buitgemaakte wapens door Sovjet-Russische sluipschutters dodelijk (in zijn rug?) getroffen. De 'Westlander' verloren hiermee een buitgewoon fanatieke strijder die als voormalig commandant van Dachau (hij werd wegens wreedheden overgeplaatst!) bij de SS carriere had gemaakt. Daarnaast was Wäckerle berucht om zijn agressieve doorbraak op de Grebbeberg in mei 1940. Wäckerle werd begraven op het landgoed Slowida. Ter represaille voor zijn dood werd de 7.Kompanie van 'Westland' van SS-Hauptsturmführer Herbert Vollmer de volgende middag ingezet om 'vergeltungsfeuer' te leggen op het dorp waar de sluipschutters zich zouden verbergen. De eerste oorlogsmisdaad was een feit. Helaas volgden er meer, ook van Sovjet-Russische zijde.

Op 19-07-1941 deden de 9. en 10.Kompanie van 'Westland' een schrikbarende ontdekking. Zes Pioniere van het Pionier Bataillon werden vermoord en gruwelijk verminkt aangetroffen in het veld. De zes waren volgens 'Westland' arts Dr. Matusczyk levend in handen gevallen van het Rode Leger waarna zij op brute wijze waren omgebracht. De toon was gezet. De 'Westlander' hoefden in elk geval niet te rekenen op genade van de vijand. Andersom overigens ook niet.

Na de verovering van Lemberg volgde de aanval op Tarnopol, Proskurow, Berditschew, Shitomir, Bielaja Cerkow, Schpola, Winniza en uiteindelijk Uman. In de bossen van Taraschtascha werden de 'Westlander' veelvuldig aangevallen door onder andere Kozakken-eenheden, soms zelfs te paard (!). De infanteristen leerden hoe belangrijk het was om zich goed in te graven. Bij Uman werd de eenheid ingezet bij de vernietiging van een grote ingesloten vijandelijke legermacht. Nabij de stad Dnjepropetrowsk aan de Dnjepr ontmoetten 'Westland' zeer zware weerstand. Het Rode Leger had zich hier uitstekend ingegraven en de in de stad aanwezige eenheden waren van hoge kwaliteit. De strijd zou tot eind september 1941 duren en een zware tol eisen van de Nederlandse vrijwilligers.

Propaganda

Kommandeure (commandanten) van 'Westland':

1940

Kommandeur: SS-Standartenführer Hilmar Wäckerle

I. Btl.: Hstuf. Dr. Freiherr v. Hadeln

II. Btl.: Kummer (kia)

III.Btl.: Steinert

NARWA : -


1941

Kommandeur: Standartenführer Hilmar Wäckerle (kia), Standartenführer Diebitsch, Oberführer Arthur Phleps

I. Btl.: Hstuf. Dr. Freiherr v. Hadeln

II. Btl.: Stubaf. Koeller

III.Btl.: Stubaf. Steinert

NARWA : Hstuf. Eberhardt


1942

Kommandeur:: Oberführer Arthur Phleps, Ostubaf. Maack, Ostubaf. Geißler

I. Btl.: Stubaf. Dr. Freiherr v. Hadeln

II. Btl.: Stubaf. Koeller, Stubaf. Steinert (kia)

III.Btl.:

NARWA : Hstuf. Eberhardt


1943

Kommandeur: Ostubaf. Polewacz (kia), Stubaf. Erwin H. Reichel (kia), Ostubaf. August Dieckmann (kia)

I. Btl.: Stubaf. Dr. Freiherr v. Hadeln (kia), Hstuf. Günther Sitter

II. Btl.: Hstuf. Bäuerle, Hstuf. Ziemssen, Hstuf. Walter Schmidt

III.Btl.:

NARWA : Hstuf. Eberhardt (kia), Hstuf. Koop (kia), Hstuf. Grafhorst (kia)


1944

Kommandeur: Ostubaf. Marsell, Stubaf. Ehrath, Ostubaf. Hack

I. Btl.: Hstuf. Walter Schmidt, Hstuf. Heindl

III.Btl.: Hstuf. Oeck, Hstuf. Silberleitner (NARWA vanaf maart 1944 III./Westland)


1945

Kommandeur: Ostubaf. Franz Hack

I. Btl.: Hstuf. Sacher (kia)

II. Btl.: Hstuf. Heindl

III.Btl.: Stubaf. Nedderhof (mia), Hstuf. Schlupp


kia = Killed In Action / Gevallen

mia = Missed In Action / Vermist


01-07-1941, nabij Lemberg, van links naar rechts 'Westland' Kommandeur Staf. Wäckerle, Hstuf. Paetsch (Ic), Hstuf. von Schalburg, Brigf. Steiner (Div. Kommandeur), Hstuf. Ziemssen (Adj. Westland).


Arthur Phleps 'Westland' Regimentskommandeur (links) in '41 and '42 en Divisionskommandeur van 'Prinz Eugen' in '42 en '43 in gesprek met zijn adjudant .


Günther Sitter Kommandeur I./'Westland' en Fritz Hack, de laatste Regimentskommandeur.

Bronnen: (zie literatuur voor volledige titels) Klietmann, Waffen-SS, eine Dokumentation; Strassner, Europäische Freiwillige; Steiner, Die Freiwilligen; Stein, Geschichte der Waffen-SS; In 't Veld, De SS en Nederland. J. Vincx, 5. SS Pantserdivisie 'Wiking'.



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.