Na de oorlog: opgepakt en veroordeeld

Nadat het Derde Rijk had gecapituleerd op 8 mei 1945, hadden de Nederlandse Waffen-SS'ers op zijn zachtst gezegd een probleem. Ten eerste liepen zij het gevaar om in de handen van de Sovjet-Russen te vallen, hetgeen op zijn minst een zeer onaangenaam verblijf in Siberië betekende. De Nederlanders trachtten daarom net als alle militairen in Duitse dienst naar het westen te vluchten en in handen van de westelijke geallieerden te vallen. Ten tweede waren zij allen besmeurd met de moordzuchtige reputatie van de SS. Logischerwijs is het niet terecht om elke individuele Waffen-SS soldaat verantwoordelijk te houden voor de misdaden die door zijn organisatie werden gepleegd Toch werden zij allen, direct na de oorlog maar ook ver daarna, direct in verband gebracht met deze misdaden. Na de Duitse capitulatie werd er dan ook gejaagd op leden van de SS. Het beruchte bloedgroep teken (een kleine tatoeage onder de linkerarm) 'verraadde' bij velen, die zich al in andere uniforms of burgerkleding hadden gehuld, het lidmaatschap van de SS.


nederlandse ss'ers in de harskamp. de oorlog is afgelopen.
Met name de Sovjet-Russen rekenden op genadeloze wijze af met de (Nederlandse) SS'ers die zij te pakken kregen. Zij hielden de Waffen-SS'ers verantwoordelijk voor de Duitse misdaden in de Sovjetunie, zowel aan het front als daarachter. De SS'er stond (en staat nog steeds) symbool voor de moordzuchtige Nazi-politiek. Heinrich Himmlers organisatie had zich immers schuldig gemaakt aan talrijke misdrijven waaronder de meest verschrikkelijke misdaad aller tijden: de Holocaust. Bovendien was de Waffen-SS verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de Sovjet-Russische militaire verliezen. Daar waar het front dreigde door te breken, werd de Waffen-SS ingezet en niet zelden met succes. Niet voor niets werd deze strijdmacht ook wel de brandweer van het Duitse leger genoemd. Hoezeer de Waffen-SS (mede)schuldig werd geacht aan de vele misdaden bleek tijdens het proces van Neurenberg (1945-46). Het multi-nationale leger werd schuldig verklaard voor het plegen van vele strafbare feiten en verklaard tot misdadige organisatie. Het is echter de vraag in hoeverre de Waffen-SS bij deze massamoord betrokken is geweest, vooral wanneer het ging om de executies van burgers.

De Waffen-SS als militaire tak van de SS kan deels wel en deels niet medeverantwoordelijk gehouden worden voor deze misdaden die voor het merendeel in het kader van de Holocaust kunnen worden geplaatst.

De Waffen-SS is op grond van een aantal zaken wel medeverantwoordelijk geweest voor de grootste misdaad ooit. Om te beginnen diende er binnen de gelederen van de Waffen-SS, de 3.SS-Division 'Totenkopf'. De leden van deze eenheid waren eind dertiger jaren uit de concentratiekampbewaking (de 'Totenkopfverbände') gehaald om de militaire tak van de SS (toen nog geen Waffen-SS, maar SS-VT geheten) te versterken. Zevenduizend daarvan werden onder leiding van Theodor Eicke, een van de spillen in het vooroorlogse concentratiekampsysteem, ingedeeld in de SS-Division 'Totenkopf'. Met andere woorden één van de stamdivisies van de Waffen-SS en zoals later zou blijken ook militair gezien een van de meest effectieve, bestond uit manschappen die betrokken waren geweest bij de bewaking van de concentratiekampen (toen overigens nog geen vernietigingskampen). Ook toen de Division aan het Oostfront werd ingezet, pleegden de 'Totenkopf' soldaten nog talloze misdaden die in het kader van de Holocaust kunnen worden geplaatst. Executies en moord op Joodse en Sovjet-Russische burgers behoorden tot de werkelijkheid. Met de oprichting van de Waffen-SS Division 'Totenkopf' was een deel van de mannen die betrokken waren bij het concentratiekampsysteem dus toegetreden tot de strijdformaties van de Waffen-SS.

Een ander argument om de Waffen-SS tenminste voor een deel verantwoordelijk te houden voor de misdaden in het kader van de Holocaust is de personele bezetting van de zogenaamde Einsatzgruppen. Deze moordcommando's die zich fulltime bezighielden met het executeren van onschuldige mensen bestonden voor een belangrijk deel uit leden van de Waffen-SS. Ter illustratie: Einsatzgruppe A, die in de Baltische staten opereerde, bestond in de herfst van 1941 uit 990 manschappen, daarvan behoorden er 340 tot het 'Waffen-SS Bataillon zur besondere Verwendung'. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat er ook mannen van de Waffen-SS bij zaten die bij wijze van een strafmaatregel naar een van deze eenheden waren overgeplaatst. Niettemin is daarnee de link tussen de Waffen-SS en de Holocaust een feit. Later toen de verliezen van de Totenkopf divisie toenamen, werden hele onderdelen van Einsatzgruppe A, soms ter grootte van een Kompanie, overgeplaatst naar de gehavende Waffen-SS Division.


De andere Divisionen van de Waffen-SS kunnen, waar het gaat om de personele bezetting niet worden vergeleken met de 'Totenkopf'. De soldaten waren veel minder vaak afkomstig uit de bewakingseenheden van de concentratiekampen en aan het oostfront vervulden zij voornamelijk militaire taken. Toch zijn ook deze eenheden zeker niet geheel onschuldig. Een deel van de manschappen van andere eenheden van de Waffen-SS heeft ook roulerend gediend in de kampen. De aantallen Waffen-SS'ers die hiertoe werden verplicht lopen in de tienduizenden, de cijfers variëren van 10.000 (Wolfgang Sofsky) tot 20.000 (George Stein). Soldaten die door één of andere verwonding niet meer voor de frontdienst geschikt waren, liepen de kans te worden opgeroepen voor de zogenaamde KZ-dienst. Bovendien was de functie van kampbewaker (buitenbewaking) ook een veel gekozen strafmaatregel voor manschappen die een strafbaar feit hadden gepleegd. Ook 'Nederlandse' eenheden waren besmet met lieden die een kampverleden hadden. De voor een groot deel Nederlandse 'Division' van de Waffen-SS, de 34.SS-Freiwilligen-Panzer-Grenadier Division 'Landstorm Nederland', was ondermeer uit het SS-Wachbataillon 'Nordwest' samengesteld. Dit was een eenheid, bestaande uit Duitsers, Oekraïners en Nederlanders, die belast was met de bewaking van de kampen Vught, Westerbork en Amersfoort. Weliswaar geen vernietigingskampen, maar wel degelijk onderdeel van de Nazi moordmachine.

Alhoewel de meeste Waffen-SS divisies waar het gaat om de gepleegde misdaden niet te vergelijken zijn met 'Totenkopf' is er nog wel een aantal kleinere eenheden geweest die een verschrikkelijke staat van dienst had. Het gaat hier om de zogenaamde SS Sonderkommandos Dirlewanger en Kaminski. Alhoewel meerdere Waffen-SS bevelhebbers, waaronder Paul Hausser en Gottlob Berger, tijdens het het proces in Neurenberg verklaarden dat deze eenheden niet tot de Waffen-SS moesten worden gerekend, behoorden deze eenheden op papier wel tot de Waffen-SS ook al waren zij zelden aan het front te vinden.

De zogenaamde Kaminski Brigade, bestaande uit circa 6.500 Russische en Oekraïnse manschappen, werd gedurende de Opstand in Warschau (01-08-1944 t/m 02-10-1944) onder het bevel van de Waffen-SS geplaatst. De Brigade ging in Warschau zodanig tekeer dat de Duitse autoriteiten ter plaatse rapport op maakten van het buitensporig gewelddadige optreden van de Kaminski's. Met name de traditioneel anti-Pools aangelegde Oekraïners moordden er lustig op los. Na enige tijd werd de eenheid terug getrokken, ze hadden het zelfs in de ogen van SS-Gruppenführer Fegelein te bont gemaakt. Bevelhebber Kaminski verdween vervolgens op mysterieuze wijze. Hij werd vermoedelijk door, of op bevel van Erich Von dem Bach-Zelewski omgebracht.

De andere eenheid die net als Totenkopf op zeer directe wijze in verband gebracht kan worden met de Holocaust was de SS Dirlewanger Brigade. Deze Brigade 4.000 man sterk en onder bevel van Oskar Dirlewanger overtrof zelfs de misdaden van de Kaminski Brigade. Ook met betrekking tot de Dirlewanger Brigade is er discussie of deze tot de Waffen-SS behoorde. Aangezien de Briagde onder de jurisdictie van het SS Führungshauptamt viel, is het gerechtigd de Kaminski Brigade te beschouwen als een eenheid van de Waffen-SS. Gelet op de samenstelling van de Brigade was het nauwelijks verwonderlijk dat er misdaden gepleegd werden. Dirlewanger was een mix van veroordeelde criminelen en gestrafte militairen. Net als de Kaminski Brigade werd Dirlewanger ingezet tijdens de opstand in Warschau. Alhoewel de mannen van Oskar Dirlewanger nog bruter optraden dan de manschappen van collega Kaminski, werd Dirlewanger niet door de autoriteiten aangesproken. Sterker nog, Oskar Dirlewanger ontving het Ridderkruis voor zijn optreden in de straten van Warschau.

Naast de gedeeltelijke schuld aan de misdaden in de kampen en op andere plaatsen achter het front, pleegden Waffen-SS eenheden (vooral Totenkopf, Leibstandarte, Nord en Das Reich) executies op joden en gevangenen en niet alleen aan het Oostfront. Ook aan het westfront waren massa-executies voorgekomen. In 1940 liet Kompaniechef Ostuf. Fritz Knochlein van 4./Totenkopf-Infanterie-Regiment 2 bij Le Paradis circa 100 Britse soldaten van het Royal Norfolk Regiment neerschieten (Knochlein meende te hebben geconstateerd dat de Britten zgn. dum-dum munitie hadden gebruikt). Dezelfde Division maakte zich tevens schuldig aan het executeren van gevangengenomen Franse negersoldaten. Later werden Oradour-sur-Glane ('Das Reich') en Malmedy ('Leibstandarte Adolf Hitler') nog aan de lange lijst van gelijksoortige Waffen-SS misdaden toegevoegd. Alhoewel deze slachtpartijen op krijgsgevangenen, 'partizanen' en burgers misschien niet in het kader van de Holocaust kunnen worden geplaatst, blijven het schandelijke misdaden die het imago van de fronttroepen ernstig hebben besmeurd. Ook de Division 'Wiking' waar veel Nederlanders in vochten, heeft zich aan dit alles mogelijk schuldig gemaakt.

'Wiking' zou volgens zeer vage bronnen enkele weken na de Duitse invasie in de Sovjetunie, ter vergelding van misdaden gepleegd door het Rode Leger, 600 Galisische 'joden' (de term jood en ook partisaan werd nogal ruim gehanteerd) hebben geëxecuteerd. Andere bronnen spreken dit echter tegen. Dat er 600 mensen zijn omgebracht staat buiten kijf, het blijft echter de vraag wie ze heeft vermoord. Er zijn zeer sterke aanwijzingen dat NKVD eenheden (de communistische geheime politie) van Stalin het bloedbad hebben aangericht. In deze versie van het verhaal lagen er al stapels lijken in de stad Lemberg toen de eerste eenheden van de SS-Division de stadsgrenzen overschreden.

Ook aan het front zelf werden vele misdaden gepleegd, het Oostfront was in dit opzicht uniek. Men moet bedenken dat de oorlog aldaar geen 'normale' strijd was. Zowel Hitler als Stalin weigerde zich te houden aan de Conventie van Genève. Stalin had het verdrag, dat ondermeer de rechten van krijgsgevangenen beschermde, nooit willen ondertekenen en Hitler achtte het simpelweg niet van toepassing op de Slavische en Aziatische volkeren in de Sovjetunie. Het werd mede daardoor een strijd tussen twee ideologische aartsvijanden die beide buitengewoon weinig respect voor een mensenleven hadden. Beide legers traden buitengewoon wreed op en kenden weinig genade voor gevangengenomen vijanden. Het neerschieten of stelselmatig verhongeren van gevangenen door zowel de Sovjet-Russen als de Duitsers was in deze oorlog 'een normale zaak'. Op 8 september 1941 had Hitler bovendien het zogenaamde 'Kommissarbefehl' uitgevaardigd. Dit bevel aan alle Duitse troepen om elke gevangengenomen Sovjet-Russische politieke functionaris onmiddellijk te executeren is daarvan een veelzeggend voorbeeld. Daarnaast werden Sovjet-Russische militairen het slachtoffer van Hitlers rassenideologische ideeën. De verachting van het Slavische ras, ingebed in Hitlers nationaal-socialisme en op het slagveld in de praktijk gebracht, kostte velen het leven. Ook het Rode Leger vermoordde op grote schaal krijgsgevangenen, meteen na gevangenname, maar ook daarna nog. Het respect voor het leven van de eigen soldaten was al ver te zoeken, laat staan het respect voor het leven van een gevangengenomen vijand.

Wat betreft het executeren van krijgsgevangenen was er tussen beide partijen zeker geen onderscheid, dat gold echter minder voor de manier waarop de partijen elkaar om het leven brachten. Minder gedisciplineerde onderdelen van het Rode Leger, maar vooral het communistische partizanenleger stond in dit opzicht zeer slecht bekend. Dit guerrilla leger, zoals we het vandaag de dag zouden noemen, maakte überhaupt geen krijgsgevangenen. Gevangengenomen vijanden werden verhoord, eventueel gemarteld en vervolgens vermoord, vaak op gruwelijke wijze. Dit soort gedrag leidde weer tot reacties van Duitse zijde en niet in de minste plaats van Waffen-SS eenheden. Er zijn gevallen bekend waarbij Duitse manschappen gruwelijk verminkt door marteling, dood werden teruggevonden waarna de Waffen-SS eenheid, die de ongelukkigen had aangetroffen, enkele dagen geen gevangenen meer maakte, de Sovjet-Russische soldaten werden dan allemaal doodgeschoten. Het SS-Pz.Gr.Regiment 10 'Westland', het 'Nederlandse' Regiment van 'Wiking', heeft na de dood van Rgt.Kdr. Hilmar Wäckerle (2 juli 1941) een periode elke Sovjet-Russische krijgsgevangene om het leven gebracht totdat een bevel van hogerhand hier een einde aan maakte. Dergelijke misdaden waren in 'Wiking' niet aan de orde van de dag, maar zeer zeldzaam waren deze ook niet. Het respect voor het leven van de vijand bestond niet.

Ook het Legioen en de latere SS Freiwilligen-Panzer-Grenadier-Brigade 'Nederland' hebben gevangenen zonder enige vorm van proces ter dood gebracht. Met name in de periode dat de Brigade 'Nederland' in Kroatië was gelegerd en meedeed aan de bestrijding van partizanen, hebben zich dergelijke feiten voorgedaan. Een gevangen genomen 'partizaan' kon vrijwel altijd rekenen op de dood. Vandaag de dag achten wij dit laatste ondenkbaar, in die tijd golden er echter geheel andere omstandigheden. De partizanen werden beschouwd als 'franc-tireurs' en daarom ter plekke ter dood gebracht. Een Nederlandse vrijwilliger sprak na de oorlog de volgende veelzeggende woorden:

'als die partisanen werkelijk gesnapt werden ... dan konden ze rekenen op de hoogste boom' (Armando, De SS'ers, p.435.).

Ook een bevel van 18 augustus 1942 met de boodschap dat elke gevangen genomen partizaan als krijgsgevangene diende te worden behandeld, veranderde weinig tot niets aan de procedure. Daarnaast was de oorlog tegen de partizanen wellicht nog gruwelijker dan de reguliere strijd aan het Oostfront. In deze strijd kwam het woord ' gevangene' überhaupt niet voor; want beide partijen brachten vijanden die levend in hun handen waren gevallen, onmiddellijk om het leven. Geen enkele aan Duitse zijde strijdende soldaat wilde in levende lijve de sancties van de partizanen afwachten, velen bewaarden de laatste kogel dan ook voor zichzelf. Zoals reeds eerder vermeld, werden vermiste Duitse soldaten niet zelden gruwelijk verminkt teruggevonden waarna hun kameraden weer aan de volgende wraakactie begonnen. Deze vicieuze cirkel, waarbij de ene gruweldaad tot een andere gruweldaad leidde, maakte de overlevingskansen van gevangengenomen vijanden er niet groter op.

Voor een deel was het leggen van een verband tussen de Holocaust en andere misdaden en de Waffen-SS dus terecht.

Het is echter niet juist elke individuele Waffen-SS'er met deze misdaden in verband te brengen. Het is de Waffen-SS als organisatie die (mede)verantwoordelijk gehouden moet worden voor een scala van misdaden. Het zou erg kortzichtig en ongenuanceerd zijn om een ieder die ooit het veldgrijze uniform van de Waffen-SS heeft gedragen rechtstreeks in verband te brengen met eerder genoemde misdaden. Verreweg het grootste deel van deze soldaten heeft zich enkel en alleen bezig gehouden met het voeren van oorlog. Dat wil echter niet zeggen dat er geen bloed aan hun handen kleeft. Onder het voeren van oorlog viel, met name aan het Oostfront, nu eenmaal ook het regelmatig executeren van krijgsgevangenen. Hoe gruwelijk dit ook is, het was de dagelijkse werkelijkheid. Wel kan gesteld worden dat het merendeel nooit heeft moeten deelnemen aan executies van onschuldigen en nooit betrokken is geweest bij de concentratiekampbewaking. De meeste Waffen-SS'ers beweerden na de oorlog zelfs nooit te hebben geweten welk lot de joden, zigeuners en homoseksuelen tijdens Hitler's regime was beschoren. Van gaskamers hadden zij nooit geweten, verklaarden velen. Alhoewel men vermoedelijk wel degelijk wist dat deze groepen werden vermoord, ondermeer a.h.v. informatie afkomstig van kameraden die in of nabij concentratiekampen hadden gediend en uiteraard door de inhoud van het nationaal-socialisme zelf, is het de vraag of men op de hoogte was van het bestaan van het gruwelijk effectieve systeem dat de Holocaust de omvang gaf die er uiteindelijk toe zou leiden dat vele miljoenen het leven verloren.


Nederlandse SS'ers in de Harskamp (juli 1945). Onder geallieerde bewaking kon er nog muziek gemaakt worden, later niet meer (bron: Koos Groen, De berechting van collaborateurs in Nederland.)

Zoals gezegd zijn veel Waffen-SS'ers wel getuige geweest van individuele of groeps executies en andere misdaden, het blijft echter de vraag in hoeverre hen verweten kan worden dat zij hiertegen niet in het geweer zijn gekomen. In de Waffen-SS werd niet getornd aan bevelen en eventuele consequenties daarvan. Dergelijk gedrag is moreel gezien niet goed te praten, toch is het is wel erg makkelijk om vandaag de dag te beweren dat de betrokkenen zich hiertegen hadden moeten verzetten. Het projecteren van hedendaagse normen en waarden op situaties in het verleden is verleidelijk, maar vertroebelt onze blik op het verleden. Verzet was nu eenmaal uit den boze. De Waffen-SS trad bepaald niet zachtzinnig op tegen ongehoorzaamheid van de eigen manschappen. Wie een bevel niet opvolgde, werd gestraft en in veel gevallen uitgesloten door de andere mannen, volgens velen het ergste van je kon overkomen. Bovendien leefden velen, zo verklaarden zij later, in een soort overlevingsroes. Men handelde 'op de automatische piloot' om de oorlog te overleven. Dientengevolge had men in de verschrikkelijke oorlog aan het Oostfront enkel oog voor het eigen lot en dat van de naaste kameraden. Al het andere ging aan hen voorbij.

Voor diegenen die wisten te overleven en terugkeerden naar het vaderland stond een nieuwe onbering te wachten. In ons land verliep de behandeling van de collaborateurs en de SS'ers weinig zachtzinnig. Direct na de oorlog startte een ware heksenjacht waarbij alles in het werk gesteld om elk 'fout' element in de samenleving te zuiveren. Zij die hadden dienstgenomen bij de vijand verloren hun nationaliteit. De betrokkenen werden hiermee statenloos en konden bijvoorbeeld niet meer stemmen. Daarnaast hing hen nog een gerechtelijke vervolging boven het hoofd die voor de meesten leidde tot een veroordeling tot een gevangenisstraf van acht jaren. Later werd bepaald dat de groep die in vijandelijke krijgsdienst was getreden, in aanmerking kwam voor strafvermindering. Met het oog op de massaliteit van het delict, de invloed van de tijd en het feit dat de meeste vrijwilligers geen ideologische motieven hadden gekend, werden de meesten voor vier of vijf jaar opgesloten. Degenen die tegen de westelijke geallieerden hadden gevochten profiteerden hier in mindere mate van. Het vechten tegen de 'onmiddellijke bevrijders' werd de vrijwilligers zwaar aangerekend.

De door de westelijke geallieerden gepakte Nederlandse SS'ers kwamen enkele maanden na de Duitse capitulatie uiteindelijk in kampen in Nederland terecht. In het hele land waren kampen opgericht waar allerlei lieden die met de bezetter hadden gecollaboreerd of daarvan verdacht werden (naar schatting werden er tussen de vier-en vijfduizend on-schuldigen bewaard), vastgehouden werden. Halverwege 1946 telden deze kampen (91 in totaal!) maar liefst 70.000 gedetineerden. Daarvan waren zo'n 10.000 mannen die in Duitse militaire dienst (meestal Waffen-SS) waren geweest. Aanvankelijk werden deze kampementen bewaakt door geallieerde troepen, de behandeling van de gevangenen was in deze tijd 'normaal', er deden zich weinig incidenten voor. Toen de bewaking werd overgedragen aan de Nederlanders (aanvankelijk i.v.m. personeelstekort aan de Stoottroepers van de BS, later personeel van het Militair Gezag) veranderde er echter wel het één en ander voor de gevangenen.

In Nederland werden de meeste Nederlandse SS'ers geïnterneerd in de kampen Vught, Westerbork en de Harskamp. Kort na de bevrijding heerste er in grote delen van ons land een groot voedseltekort hetgeen betekende dat in deze kampen eveneens honger werd geleden. De gevangenen kregen zo'n 500 kcal. per dag terwijl een mens minimaal het vijfvoudige nodig had. Hier was echter weinig aan te doen. Dat gold niet voor andere wantoestanden in de kampen. Begin 1946 laste het noodparlement een onderzoek in naar de omstandigheden in de kampen. De conclusies logen er niet om: de algehele toestand in de kampen werd als mensonwaardig omschreven. In 1949 bleek uit het rapport 'Kamptoestanden' van Van der Vaart Smit dat in veel kampen mishandelingen en zelfs moorden plaatsvonden. Alhoewel Van der Vaart Smit (zelf voormalig NSBér en gedetineerde) de zaken flink overdreef, maakte zijn rapport in Nederland het nodige los. De berichten over wantoestanden verschenen nu in toenemende mate in de media. Na een onderzoek van de Parlementaire enquetecommissie 'regeringsbeleid 1940-1945' kwamen de feiten aan de oppervlakte. De commissie A.M. Baron Tuyll van Serooskerken deed in een rapport dat uitkwam op 9 mei 1950 de schatting, dat er rond de zestig mensen onder verdachte omstandigheden in de kampen om het leven waren gekomen. Bewezen werd dat er in de Harskamp tenminste elf SS'ers spelenderwijs door hun bewakers waren neergeschoten. In andere gevallen moesten gevangenen soms exerceren tot zij er letterlijk dood bij neer vielen. Het kwam ook wel voor dat SS'ers werden ingezet om mijnen te ruimen. Sommigen schijnen hierbij het leven te hebben gelaten toen zij door hun bewakers het mijnenveld werden doorgejaagd om de mijnen te laten springen.

Begin jaren vijftig waren de meeste Nederlandse Waffen-SS'ers weer vrij. Zij waren echter niet vrij van hun verleden. Hun Nederlandse staatsburgerschap waren zij kwijt en op enig begrip uit de samenleving hoefden zij niet te rekenen. Een aantal koos er voor om toe te treden tot het Franse of Spaanse Vreemdelingenlegioen. Anderen wonnen hun staatsburgerschap terug door voor de Verenigde Naties in het Nederlandse leger deel te nemen aan de strijd in Korea. Velen verloren het contact met hun familie, met een 'foute' zoon wilde de familie niets meer te maken hebben. Wel kregen de oud-Waffen-SS'ers veel steun van elkaar. Een aantal bezocht (nog) jarenlang de zogenaamde Treffens (reunies) waar men herinneringen aan een gemeenschappelijk verleden met elkaar kon delen. Tot op de dag van vandaag blijft de geschiedenis van de Nederlandse Waffen-SS'ers een moeilijk onderwerp in de vaderlandse geschiedenis. Alhoewel de historici In 't Veld en Pierik een objectiever beeld van de Nederlanders in de Waffen-SS hebben neergezet, overheerst in de publieke opinie nog steeds een zeer ongenuanceerd en negatief beeld van de Nederlandse vrijwilligers.


Klik hier voor meer fotomateriaal betreffende het kamp 'De Harskamp'

Bronnen: (zie literatuur Havenaar, Anton Mussert; Van der Zee, Voor Führer, volk en vaderland; De Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, De Jonge, Het Nationaal-Socialisme in Nederland; In 't Veld, De SS en Nederland; Groen, Landverraad. De berechting van collaborateurs in Nederland; Bollen en Vroemen, Canadezen in actie; Stein, The Waffen-SS; Vincx en Schotanius, Nederlandse vrijwilligers Van der Vaart Smit, Kamptoestanden 1944/'45-1948.



  Tekst: EM © 2000 - 2009 vragen en/of opmerkingen: mail
  The symbols on this site serve no political or ideological purpose. The author has no intention to promote any political or ideological ideas.